De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.11.4:5.11.4 Schoolexamen
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.11.4
5.11.4 Schoolexamen
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949573:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 32, eerste lid, Eindexamenbesluit VO.
Zie nota van toelichting, p. 41 van Stb. 1997, 558.
Rechtbank Arnhem 9 maart 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BP8106.
Rechtbank Arnhem 9 maart 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BP8106, ro. 4.2.
Rechtbank Utrecht 5 september 2005, ECLI:NL:RBUTR:2006:AY7400.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het bevoegd gezag bepaalt wanneer het schoolexamen aanvangt, het schoolexamen kan dus al voor het laatste schooljaar beginnen.1 Van oudsher dient de leerling eerst het schoolexamen af te leggen alvorens deel te mogen nemen aan het centraal examen.2 Het schoolexamen bestaat doorgaans uit een reeks van toetsen die in de laatste schooljaren van het voortgezet onderwijs worden afgenomen. Binnen de kaders van het examenreglement heeft het bevoegd gezag de bevoegdheid om die toetsen zelf op te stellen. Op de wijze waarop het schoolexamen tot stand komt wordt dieper ingegaan in § 6.2.
Bij het schoolexamen geldt, net als bij andere examenbeslissingen, dat de rechter enkel kan toetsen of de beoordeling apert onzorgvuldig tot stand is gekomen.3 In een zaak over een schoolexamen Nederlands kon de leerling zich niet vinden in zijn cijfer, namelijk een 4.4. Het bevoegd gezag had eigenstandig al besloten een andere docent het examen te laten beoordelen, toen werd het examen met een 4.7 beoordeeld. De rechter moest beoordelen of sprake was van een apert onzorgvuldige beoordeling. Niet in geschil tussen partijen was dat het examen Nederlands van de leerling een groot aantal taal- en spellingsfouten bevatte. De leerling was het desalniettemin oneens met het gegeven cijfer. De rechtbank stelt vast dat de beoordeling van het examen een vakdeskundige beoordeling betreft van het kennen of kunnen van de leerling. Een dergelijke beoordeling is voorbehouden aan de vakdocent. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat die beoordeling niet aan de hand van exacte maatstaven kan plaatsvinden:
“In de aard van zo’n toets -in wezen het schrijven van een opstel- ligt besloten dat de beoordeling voor een belangrijk deel zal moeten berusten op intuïtief inzicht van de beoordelaar op grond van zijn vakdeskundigheid. Het zal zich bij een beoordeling van dergelijk werk dan ook niet licht kunnen voordoen dat de beoordeling apert onjuist te noemen valt, ook al is verschil van mening over de waarde mogelijk.”4
Volgens de rechtbank kan bij een dergelijk schoolexamen dan ook niet snel sprake zijn van een evident onredelijke beoordeling omdat aan de leraar een ruime mate van beoordelingsvrijheid toekomt. Die beoordeling is in zekere zin subjectief omdat niet elke leraar een opstel op precies dezelfde wijze zal beoordelen. In casu oordeelde de rechtbank dan ook dat de beoordeling in stand kon blijven.
In een zaak uit 2006 over een schoolexamen in het vak metaaltechniek kwam ook de vraag aan de orde aan welke normen de beoordeling van een schoolexamen is gebonden.5 In casu waren voor de betreffende examenwerkstukken toetsingscriteria vastgesteld. De criteria betroffen onder meer de afmetingen van bepaalde onderdelen, het laswerk, de montage, de afwerking en de werking van het werkstuk. De examenwerkstukken van de betreffende leerling waren aan de hand van deze criteria nagekeken. De leerling stelde desalniettemin dat de beoordeling niet objectief tot stand was gekomen. In casu ging het onder meer om de vraag hoeveel punten de leerling zou moeten krijgen nu het rooster van de door hem gemaakte barbecue niet bleef liggen, maar in de barbecue zakte. De rechtbank oordeelde dat het te ver gaat om van het bevoegd gezag te verwachten dat vooraf bekend wordt gemaakt exact hoeveel punten een leerling krijgt indien hij het werkstuk op een bepaalde manier maakt. Het beroep van de leerling werd dan ook verworpen.
Uit het voorgaande blijkt dat bij het schoolexamen niet vooraf in detail bepaald hoeft te worden hoe een bepaald examen nagekeken wordt. Dit zal ook vaak niet mogelijk zijn, omdat een opdracht op veel verschillende manieren uitgevoerd kan worden. Wel is van belang dat de leerling weet wat van hem verwacht wordt bij een examen. Dit kan evenwel generiek beschreven worden. In hoeveel detail de beoordelingscriteria kunnen en moeten worden beschreven, zal afhangen van het vak en de wijze waarop het examen is vormgegeven. Bij een meerkeuze-examen zal precies duidelijk zijn welk antwoord juist is, terwijl bij een vrijere opdracht zoals een werkstuk of opstel de beoordeling enkel kan rusten op meer generieke criteria.
Doordat de wijze waarop een schoolexamen beoordeeld moet worden niet altijd in detail vastgelegd kan worden, komt aan de examinator een grote mate van beoordelingsruimte toe. De precieze wijze van beoordelen zal ook verschillen per examinator, de beoordeling is immers in meer of mindere mate subjectief. De rechter kan pas in die beoordelingsruimte treden als sprake is van een evident onredelijke beoordeling.