Einde inhoudsopgave
Cessie (O&R nr. 70) 2012/III.4.2.4.1
III.4.2.4.1 Algemene opmerkingen
mr. M.H.E. Rongen, datum 01-10-2011
- Datum
01-10-2011
- Auteur
mr. M.H.E. Rongen
- JCDI
JCDI:ADS355229:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor de criteria die volgens de rating agencies vervuld moeten zijn, wil de rating van de ABS worden bepaald door de rating van de credit enhancer (de zogeheten ‘guarantee criteria’): Moody’s Investors Service, Rating Methodology, Financial guaranty policies – What is needed for credit substitution, March 2009; Standard & Poor’s, Structured Finance Ratings, European Legal criteria 2005, p. 40 e.v. en Standard & Poor’s, Structured Finance, Legal criteria for U.S. structured finance transactions, October 2006, p. 58 e.v.
Zie voor een uitvoerige bespreking van de verschillende voordelen: Wenman 1991a, p. 164 e.v. en Brewer & Iseley 1990, p. 215 e.v.
Dit geldt in geval van een ‘full guarantee’ door bijvoorbeeld een ‘monoline insurance company’, zie nr. 353.
Dit is het geval bij: hold backs, overcollateralisation, reserve funds, spread accounts en cash collateral accounts.
Zie over deze technieken: § II.13.
Er worden enkel gelden teruggeleid naar de originator, indien er een bedrag resteert nadat de kredietverliezen op de geëffectiseerde vorderingen zijn gecompenseerd.
Zoals: overcollateralisation, reserve funds/spread accounts, seller recourse en/of een ‘senior/subordinated’ structuur.
Vgl. FSA 1999, p. 10 en p. 15.
Zie Fitch Ratings, Structured Finance, Global structured finance rating criteria, August 2011, p. 7.
Rating agencies hanteren bij de kredietbeoordeling van ABS een zogenoemde ‘weak link approach’. Dit wil zeggen dat de securitisationtransactie wordt verondersteld zo “sterk” te zijn als haar zwakste schakel. Dit betekent o.a. dat de hoogte van de ratings van de instellingen die een essentiële (financiële) functie vervullen in de transactiestructuur, zoals een credit enhancer, voor een groot deel bepalend is voor de hoogte van de rating die aan de ABS wordt toegekend. Zie hiervoor: nrs. 106 en 296.
Het aantal banken met zeer hoge ratings nam eind jaren tachtig en begin jaren negentig van de vorige eeuw gestaag af. De teruglopende kredietwaardigheid van het internationale bankwezen in de jaren tachtig heeft de toepassing van bepaalde vormen van internal credit enhancement technieken (o.a. achterstellingsstructuren) een vlucht doen nemen. De verminderde solvabiliteit van het bankwezen was voor originators aanleiding om uit te kijken naar andere vormen van credit enhancement, die niet of minder vertrouwen op de kredietwaardigheid (rating) van een bank of verzekeraar. De toepassing van internal credit enhancement verkleint het risico van een ‘downgrading’ van de ABS.
Zie nr. 298, alsmede nr. 356 in verband met de zogeheten triggered LOC’s.
Deze provisie kan bestaan uit een ‘upfront fee’ en een jaarlijks te betalen ‘ongoing fee’.
349. Inleiding. In geval van de toepassing van external credit enhancement wordt de kredietwaardigheid van het SPV vergroot doordat een naast het SPV, de originator en de investeerders staande derde, zoals een bank of verzekeringsmaatschappij, zijn kredietwaardigheid aan de transactie verbindt. De rating van de credit enhancer zal dan mede bepalend zijn voor de hoogte van de rating van de ABS (‘rating substitution’).1
In het onderstaande zullen de volgende vormen van external credit enhancement worden besproken:
garanties e.d.;
kredietfaciliteiten;
asset/pool purchase agreements;
kredietverzekeringen en
kredietderivaten.
350. Voordelen van external credit enhancement. Zowel voor originators, als voor investeerders heeft toepassing van external credit enhancement bepaalde voordelen die niet zijn verbonden aan internal credit enhancement.2
Op de eerste plaats kan toepassing van external credit enhancement de originator financieringsvoordelen bieden vanwege het feit dat aan de ABS een hogere rating kan worden toegekend dan zonder de external enhancement het geval geweest zou zijn. De hogere rating van de ABS leidt voor het SPV tot lagere rentelasten, welk comparatief voordeel het SPV aan de seller/originator kan doorgeven in de vorm van een hogere koopprijs voor de te effectiseren activa (of een hoger niveau van profit extraction).
Voorts kunnen de ‘investor base’ en de verhandelbaarheid van de ABS mogelijk worden vergroot, aangezien investeerders erop vertrouwen dat de instelling die de credit enhancement verstrekt, de transactiestructuur grondig heeft geanalyseerd alvorens er zijn naam aan te verbinden.3 Investeerders zullen belang hechten aan de analytische diensten van de credit enhancer, in het bijzonder indien de originator geen of nauwelijks naamsbekendheid heeft, indien zij de transactiestructuur als complex en ondoorzichtig ervaren of als de securitisation onbekende (nieuwe) activasoorten betreft. External credit enhancement kan voorkomen dat investeerders daarvoor een risicopremie eisen in de vorm van een hogere rentevergoeding. Investeerders hebben zelf veelal niet de tijd en meestal ook niet voldoende informatie om een goed inzicht te krijgen in de structuur van de transactie en de kwaliteit van de geëffectiseerde vorderingenportefeuille. De credit enhancer is daarentegen vaak wel in staat zich een goed oordeel te vormen over de verschillende risico’s, aangezien hij tijdig bij de transactie wordt betrokken en door de originator wordt voorzien van de nodige (vertrouwelijke) informatie. De credit enhancer is op deze wijze bovendien in staat invloed uit te oefenen op de vormgeving van de transactiestructuur. Vooral in het geval de credit enhancer de betaling van hoofdsom en rente onder de ABS volledig garandeert (een zogenoemde ‘full guarantee’), zullen investeerders bij hun investeringsbeslissing hoofdzakelijk afgaan op de kredietwaardigheid van de garant. Het kredietrisico dat zij met hun investering lopen, bestaat in dat geval immers uiteindelijk uit het insolventierisico van de garant.
Een derde voordeel kan zijn dat de originator in staat wordt gesteld om een groter gedeelte van zijn vorderingenportefeuille liquide te maken dan in geval van de toepassing van uitsluitend internal enhancements. Veel vormen van internal credit enhancement houden in dat er een reserve van liquide middelen of vorderingen in het SPV wordt aangehouden,4 die vervolgens gedurende de looptijd en/of na de beëindiging van de transactie met behulp van ‘profit extraction’-mechanismen5 weer aan het SPV wordt onttrokken en wordt teruggeleid naar de originator, mits er geen verliezen ten laste van de reserve zijn gebracht.6 Vanuit het gezichtspunt van de originator is dit een inefficiënt gebruik van de waarde van de geëffectiseerde vorderingen. Bij de toepassing van external credit enhancement behoeven geen of minder reserves te worden gevormd, zodat bij de bepaling van de voor de vorderingen te betalen koopprijs meer rekening kan worden gehouden met de werkelijke waarde van de vorderingen. Het resultaat is dat de originator al bij de aanvang van de transactie een zo groot mogelijk bedrag kan ontvangen voor de in de securitisation te betrekken vorderingenportefeuille. Op de door het SPV te betalen koopprijs vinden immers geen, of minder hoge, inhoudingen plaats die verband houden met de vorming van een reserve.
Vaak zal de bank of verzekeringsmaatschappij die external credit enhancement verstrekt, daartoe pas bereid zijn, indien het SPV of de te garanderen ABS – of bepaalde tranches van ABS (bv. de mezzanine en/of senior-notes) – door toepassing van internal credit enhancement technieken7 al een ‘investment grade’-status (een BBB-rating of hoger) hebben verkregen.8 De internal credit enhancement dient dan als credit enhancement voor de external credit enhancer. De external credit enhancement zorgt er uiteindelijk voor dat aan (bepaalde tranches van) de ABS een AAA-rating kan worden toegekend. In veel gevallen betreft de internal credit enhancement een door de originator geboden ‘first loss protection’ in de vorm van een overcollateralisation van de ABS of een reserve fund waarin door de originator bij aanvang van de transactie gelden worden gestort. Dit heeft tot gevolg dat minder dan 100% van de nominale waarde van de in de securitisation te betrekken vorderingen liquide wordt gemaakt. Toch zal het vaak zo zijn dat een originator met behulp van external credit enhancement een groter gedeelte van zijn vorderingenportefeuille liquide kan maken dan in een structuur waarin enkel internal credit enhancement wordt toegepast, bijvoorbeeld omdat de credit enhancer over meer informatie beschikt over de in de transactie aanwezige risico’s of beter in staat is de risico’s te analyseren, zodat minder internal enhancement nodig is. Het is zelfs mogelijk dat investeerders in het geheel niet bereid zijn deel te nemen aan de transactie, indien er geen external credit enhancer participeert in de transactie. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij de securitisation van nieuwe en voor investeerders nog relatief onbekende activasoorten.
351. Nadelen van external credit enhancement. Een belangrijk nadeel van external credit enhancement is dat een verslechtering van de kredietwaardigheid van de credit enhancer mogelijk tot gevolg heeft dat de rating van de ABS wordt verlaagd (het ‘counterparty risk’).9 De rating van de ABS is over het algemeen (mede) gebaseerd op de supporting rating van de credit enhancer.10 Een verlaging van de rating van de ABS kan leiden tot een daling van de marktwaarde, een verminderde verhandelbaarheid en een aantasting van de ‘goede naam’ van de originator in de kapitaalmarkt.11 Het risico van een ‘downgrading’ kan worden ondervangen met behulp van ‘rating triggers’ die, indien geactiveerd, tot gevolg hebben dat er zekerheid wordt gesteld of dat de credit enhancer wordt vervangen.12
Een tweede nadeel is dat het een relatief dure vorm van credit enhancement betreft. De financiële instelling die optreedt als credit enhancer zal immers voor de terbeschikkingstelling van de faciliteit een provisie bedingen.13 Bovendien zal in veel gevallen over de bedragen die krachtens de credit enhancement faciliteit worden uitgekeerd, rente moeten worden betaald.