Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.11.4.1:5.11.4.1 Wie kunnen de vordering instellen?
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.11.4.1
5.11.4.1 Wie kunnen de vordering instellen?
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859135:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Parl.St. Senaat 2011/12, nr. 5-550/3, p. 27.
Parl.St. Senaat 2011/12, nr. 5-550/3, p. 27 en Coene, in: Comm. Erf., art. 1046, p. 45 (online, bijgewerkt tot 30 september 2015).
Coene, in: Comm. Erf., art. 1046, p. 45 (online, bijgewerkt tot 30 september 2015). Zie over het instellen van een vordering tot herroeping van schenkingen nader Casman 2013, p. 53-54.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 4.218 § 2 BBW bepaalt dat de erfgenamen de herroeping wegens ondankbaarheid kunnen vorderen. Bij de invoering van deze regel in 2012 is niet toegelicht wie onder de term ‘erfgenamen’ moeten worden verstaan.1 Het ligt voor de hand aansluiting te zoeken bij de herroeping van schenkingen, nu de wetgever opteert voor parallelle regelingen.2 Dat brengt mee dat zowel versterferfgenamen als legatarissen het recht toekomt om een vordering in te stellen tot herroeping van een legaat wegens ondankbaarheid. Volgens de parlementaire geschiedenis komt het recht ook toe aan de bijzondere legatarissen, maar de gevallen waarin zij daar belang bij hebben is moeilijk voorstelbaar. Dat laatste is wel een voorwaarde. De vordering kan enkel ingesteld worden door personen die profijt hebben van een eventuele herroeping.3