Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/6.4.3.2
6.4.3.2 Excessieve belangenaantasting
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS955532:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Seaman 2016, p. 1991-1992 en 1995.
EP 2 749 254 (‘254) en EP 2 926 766 (‘766).
Edwards Lifesciences LLC v Boston Scientific Scimed, Inc. [2018] EWHC 1256 (Pat). Tussen partijen bestond overeenstemming over het feit dat het verbod voor een bepaalde periode moest worden opgeschort. Partijen waren het echter oneens over de duur van de opschorting en de omvang en looptijd van de carve-out.
LG Düsseldorf 9 maart 2017, 4a O 137/15 (Umpositionierbare Herzklappe), rn. 211-212. Dit uitgangspunt geldt ook na de hervorming van het octrooirecht nog onverkort; zie LG Düsseldorf 7 juni 2022, 4c O 18/21 (Gilead/NuCana), rn. 145-153.
Edwards Lifesciences LLC v Boston Scientific Scimed, Inc. [2018] EWHC 1256 (Pat).
Zie par. 6.5.2.2.
De hierboven besproken benadering zal in de meeste situaties een adequate maatstaf vormen voor de beoordeling van de evenredigheid van een verbod. Buiten gevallen van ondergeschiktheid zal in beginsel slechts in zeer uitzonderlijke gevallen ruimte bestaan voor een aanpassing of weigering van een verbod.1 Niettemin is er een aantal situaties denkbaar waarin een verbod overwegend betrekking heeft op inbreukmakende activiteiten, maar waarin een onverkorte toewijzing toch niet kan worden gerechtvaardigd. Het zal in de regel moeten gaan om een ongerechtvaardigde aantasting van grondrechten of andere hoogwaardige belangen. Een exemplarisch voorbeeld vormt het in het Verenigd Koninkrijk gestreden geschil tussen Edwards Lifesciences en Boston Scientific. Boston was houder van twee octrooien met betrekking tot transkatheterhartkleppen (THV) voor patiënten met aortastenose (een vernauwing van de aderen). Edwards bracht in januari 2014 een concurrerend product op de markt onder de benaming Sapien 3. In 2015 riep Edwards de nietigheid in van het octrooi van Boston, dat in reconventie een inbreukvordering instelde op basis van haar twee octrooien (‘254 en ‘766).2 Het High Court oordeelde dat Edwards inbreuk had gemaakt op een van de octrooien van Boston Scientific (de ‘766), maar dat de belangen van de betrokken patiënten een aangepaste veroordeling rechtvaardigden.3 Dat een dergelijk geschil ook anders kan aflopen, blijkt uit de parallelle procedure die in Duitsland werd gevoerd. Het Landgericht Düsseldorf oordeelde in die zaak dat voor het meewegen van patiëntenbelangen slechts ruimte bestaat als de gedaagde eerst een procedure tot verkrijging van een dwanglicentie heeft doorlopen.4
Overigens is, ook waar patiëntenbelangen aan de orde zijn, voor een geslaagd beroep op de evenredigheidstoets relevant of er in het gegeven geval reële alternatieven voorhanden zijn voor het beschermde voortbrengsel. In de procedure in Engeland speelde bijvoorbeeld een rol dat Boston (nog) geen producten op de markt had gebracht in het Verenigd Koninkrijk en dat objectief was vastgesteld dat de hartklep van Boston Scientific de enige geschikte was voor bepaalde patiënten.5 De aard van de betrokken belangen rechtvaardigt over het algemeen wel een strengere houding ten aanzien van de vraag of een alternatief voor de betreffende patiënten adequaat is.6