Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/3.7.8
3.7.8 De uitgangspunten volgens de OESO
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS394046:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
OECD International VAT/GST Guidelines. International Trade in Services and Intangibles: Public Consultation on Draft Guidelines for Customer Location, 1 February to 30 June 2010, Working Party No. 9 on Consumption Taxes OECD, blz. 3.
OECD International VAT/GST Guidelines. International Trade in Services and Intangibles: Public Consultation on Draft Guidelines for Customer Location, 1 February to 30 June 2010, Working Party No. 9 on Consumption Taxes OECD, blz. 7.
OECD International VAT/GST Guidelines. International Trade in Services and Intangibles. Public Consultation on Draft Guidelines for Customer Location, 1 February to 30 June 2010, Working Party No. 9 on Consumption Taxes OECD, blz. 8-10.
Ook in internationaal verband bestaat aandacht voor de plaats waar heffing van btw over diensten en de overdracht van onlichamelijke zaken zou moeten plaatsvinden. Volgens de OESO dienen de volgende zaken te worden verzekerd wanneer het gaat om de regels voor de plaats van dienst:
“International neutrality is maintained.
Compliance by businesses involved in these supplies is kept as simple as possible.
Clarity and certainty are provided for both business and tax administrations.
The costs involved in compliance and administering the tax are minimal.
Barriers to fraud and other abuses are sufficiently robust.1”
Ook hierin zien wij de besproken uitgangspunten terug. Volgens de OESO moeten diensten worden belast conform de wetgeving van het land van consumptie. Omdat het ondoenlijk is om de daadwerkelijke plaats van consumptie vast te stellen gebruiken landen aanknopingspunten die de daadwerkelijke plaats van consumptie benaderen.2 Op deze aanknopingspunten en welke zouden moeten worden gehanteerd gaat de OESO niet in. De OESO geeft ook alleen maar richtlijnen. Zij stelt dat de locatie van de afnemer kan worden vastgesteld wanneer de identiteit van de afnemer bekend is. De ‘business agreement’ kan de dienstverrichter, de afnemer en de belastingdienst behulpzaam zijn bij het bepalen wat de aard van de dienst is en wat de identiteit van de betrokken partijen is. Een ‘business agreement’ definieert de OESO als “Business agreements consist of the elements that identify the parties to a supply and the rights and obligations with respect to that supply. They are generally based on mutual understanding”. De ‘business agreement’ kan schriftelijk zijn, maar ook mondeling of via elektronische weg worden gevormd.3