Einde inhoudsopgave
Schadevergoeding bij de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens (O&R nr. 126) 2021/7.3.2
7.3.2 De omvang van de schade(vergoeding)
mr. T.F. Walree, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. T.F. Walree
- JCDI
JCDI:ADS267454:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Verwerking persoonsgegevens
Voetnoten
Voetnoten
Walree 2018, p. 139-142 (hoofdstuk 3, paragraaf 4).
Walree 2017, p. 922 (hoofdstuk 1, paragraaf 2).
Rb. Noord-Nederland 3 mei 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:1700 (X/Advocatenkantoor).
Rb. Amsterdam 2 september 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:6490 (X/UWV); Rb. Noord- Nederland 15 januari 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:247 (X/NDC Mediagroep).
Rb. Overijssel 28 mei 2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:1827 (X/Deventer); ABRvS 1 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:898 (Pieter Baan Centrum).
Rb. Noord-Holland (ktr.) 28 december 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:10635 (X/Van Hees).
Van der Linden & Walree 2018, p. 108 & 112-113 (hoofdstuk 2, paragraaf 3.3 & 7.2).
‘Collectieve vordering tegen Oracle Nederland B.V., SFDC Netherlands B.V., Oracle Corporation, Oracle America, Inc. en Salesforce.com, Inc.’, rechtspraak.nl/Registers/centraal-register-voor-collectieve-vorderingen 17 augustus 2020.nos
B. Heilbron & J. van Eerten, ‘Consumentenbond eist schadevergoeding privacyschending Facebook’, nrc.nl 7 juli 2020. Zie ook https://www.consumentenbond.nl/acties/facebook.
Zie over de vordering tot winstafdracht Walree 2018, p. 140 (hoofdstuk 3, paragraaf 4.1). Zie voor het verschil tussen een vordering tot winstafdracht en een schadevergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking Nuninga 2020, p. 156-166.
In hoofdstuk 3 beschrijf ik drie methoden voor het begroten van vermogensschade.1 De omvang van de vergoedbare schade zal niet groot zijn, tenzij het gaat om vermogensschade volgend op identiteitsfraude.2 Uit de recente rechtspraak blijkt voorts dat de vergoeding voor immateriële schade kan variëren van 100 euro,3 250 euro,4 500 euro5 tot 1000 euro.6
Deze beperkte bedragen en/of de onzekerheid over de hoogte van de toegekende schadevergoeding kunnen ervoor zorgen dat een betrokkene ‘rationeel apathisch’ blijft, omdat de baten (mogelijk) niet opwegen tegen de kosten en tijd die een betrokkene in een procedure investeert. Dit heeft een negatief effect op de naleving van het gegevensbeschermingsrecht. Door die rationele apathie is er immers een kleinere kans op handhaving, en als de betrokkene wél handhaaft, is de financiële impact voor de verwerkingsverantwoordelijke beperkt.
In hoofdstuk 2 bespreek ik met Van der Linden de WAMCA als oplossing voor het probleem van ‘rationele apathie’.7 Per 1 januari 2020 hebben betrokkenen op grond van artikel 3:305a BW de mogelijkheid om als collectief een schadevergoeding te vorderen. Omdat de betrokkenen de financiële lasten delen, wordt het aantrekkelijker om óók tegen geringe schade te ageren. De samenwerkende betrokkenen hebben hierdoor ook betere toegang tot expertise en deskundige bijstand. De komst van de WAMCA komt de handhaving van het gegevensbeschermingsrecht daarmee ten goede.
Collectieve acties zijn nog schaars. Zij nemen vermoedelijk pas echt een vlucht als meer duidelijkheid wordt verkregen over de vergoedbare schade. Het is daarom een welkome ontwikkeling dat de stichting The Privacy Collective een collectieve vordering heeft ingesteld tegen Oracle en Salesforce.8 Daarnaast is een collectieve vordering tegen Facebook aanstaande.9 Het resultaat van die vorderingen zal, naast het verduidelijken van het begrip van immateriële schade, inzicht geven in de mate waarin materiële schade kan worden begroot. Daarnaast geven deze procedures hopelijk antwoord op de vraag in hoeverre een vordering tot winstafdracht of een schadevergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking standhoudt.10
De WAMCA en andersoortige bundelingen van claims ondervangen het probleem van rationele apathie voor zover het gaat om een groep van betrokkenen wiens gegevens onrechtmatig zijn verwerkt. Zij bieden geen uitkomst voor de individuele betrokkene die niet gaat procederen omdat hij beperkte schade heeft geleden of omdat de hoogte van een eventuele vergoeding van zijn immateriële onzeker is.