Regres bij concernfinanciering
Einde inhoudsopgave
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/2.6.2:2.6.2 Samenloop met art. 6:10 BW
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/2.6.2
2.6.2 Samenloop met art. 6:10 BW
Documentgegevens:
mr. drs. C.H.A. van Oostrum, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. C.H.A. van Oostrum
- JCDI
JCDI:ADS588566:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De hoofdelijke schuldenaar die meer heeft bijgedragen in de schuld dan hem aangaat kan dit verhalen op zijn medeschuldenaren. Dit kan hij doen met een beroep op: ongerechtvaardigde verrijking, zaakwaarneming, onrechtmatige daad, contractsbepalingen of de redelijkheid en billijkheid om zijn (regres)vordering te verhalen op de medeschuldenaren. Deze rechtsfiguren kunnen samenloop hebben met art. 6:10 BW. Of deze rechtsfiguren tot een ander resultaat leiden dan bij toepassing van art. 6:10 BW is zeer de vraag. Immers, de omvang van ieders draagplicht dient te worden vastgesteld en art. 6:10 BW geeft daartoe alleen algemene kaders. Concrete invulling van de regresmaatstaf gebeurt op grond van andere bronnen van verbintenis. De maatstaf wordt ingekleurd door wat partijen zijn overeengekomen, een wettelijke bepaling of door rechtsbeginselen. Anders gesteld, het resultaat van de vaststelling van de draagplicht conform art. 6:10 BW volgt uit de gekozen invulling van de kaders. Wanneer op grond van ongerechtvaardigde verrijking de kaders van art. 6:10 BW worden ingevuld, leidt dit voor de vaststelling van de omvang van de draagplicht niet tot een ander resultaat in vergelijking met het zelfstandig toepassen van art. 6:212 BW.1