Billijkheidsuitzonderingen
Einde inhoudsopgave
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/4.3.2:4.3.2 Contra-indicaties voor uitzonderingen
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/4.3.2
4.3.2 Contra-indicaties voor uitzonderingen
Documentgegevens:
mr. F.S. Bakker, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. F.S. Bakker
- JCDI
JCDI:ADS357115:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het civiele recht bestaan verschillende contra-indicaties voor de geoorloofdheid van billijkheidsuitzonderingen. Spelen zij in een concreet geval een rol, dan stelt dit hoge eisen aan uitzonderingen. De te noemen contra-indicaties kunnen afzonderlijk in een concreet geval een rol spelen, of samengaan.
a. Mogelijke schade aan het algemeen belang en derdenbelangen
Ten eerste is het een contra-indicatie voor civielrechtelijke uitzonderingen dat derdenbelangen of het algemeen belang daardoor kunnen worden geschaad, omdat die worden beschermd door (toepassing van) het tekstueel toepasselijke wettelijke voorschrift. Dergelijke mogelijke schade kan geheel in de weg staan aan een uitzondering, maar kan ook reden zijn voor hoge eisen eraan. De Hoge Raad benoemt niet altijd dat het algemeen of derdenbelangen reden zijn voor afwijzing van of strenge eisen aan een uitzondering, maar dat deze belangen dit effect hebben, kan wel worden afgeleid uit zijn motivering en de omstandigheden van de gevallen.
Zo stelde de Hoge Raad strenge eisen aan een uitzondering krachtens de redelijkheid en billijkheid met mogelijke gevolgen voor de betaalbaarheid van de Nederlandse gezondheidszorg.1 Ook uitzonderingen op het griffierecht kunnen het algemeen belang benadelen omdat de rechtspraak te kost-baar kan worden, waardoor ook de eisen hieraan streng waren.2 Het algemeen belang en derdenbelangen waren reden om een uitzondering af te wijzen in de zaak waarin een rechthebbende op een graf volgens de wet haar toestemming mocht weigeren om mee te werken aan de opgraving van het lichaam van de overledene. Zij maakte geen misbruik van haar bevoegdheid daartoe, voor welk oordeel van de Hoge Raad het algemeen belang van grafrust en de emotionele belasting van de nabestaanden door opening van het graf bepalend waren.3 In de jurisprudentie van de Hoge Raad uit de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw over de beperkende werking van de goede trouw hadden het algemeen belang en derdenbelangen een vergelijkbare rol: in veel arresten waarin geen uitzondering werd gemaakt, zouden de belangen door acceptatie mogelijk worden geschaad.4
Deze contra-indicatie heeft in het civiele (materiële) recht vergeleken met het in de volgende hoofdstukken te bespreken publiekrecht echter een beperkte rol.5 De civielrechtelijke wetgeving die voor de concrete gevallen geldt waarin uitzonderingen worden overwogen, is minder dan in het publiekrecht opgesteld ter behartiging van het algemeen belang of derdenbelangen. Het privaatrecht gaat in beginsel over de rechtsverhouding zoals partij- en die zelf hebben geregeld, en de regels waaraan zij hun verhouding hebben onderworpen. Dit komt tot uitdrukking in de onderwerpen waarover de civiele rechter oordeelt en in welk verband hij uitzonderingen overweegt.
Door verschillende besproken uitzonderingen werden dan ook derdenbelangen noch het algemeen belang geschaad. Denk bijvoorbeeld aan uitzonderingen op basis van de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid in huur-, alimentatie- en arbeidsrechtelijke zaken.6
Als een uitzondering gunstig is voor het algemeen belang, is dit juist een argument voor haar geoorloofdheid. Door bijvoorbeeld een evident ongegronde vordering volgens de wet in behandeling te nemen in plaats van rechtsmisbruik te aanvaarden, wordt (naast de belangen van de verweerder) het algemeen belang geschaad vanwege de maatschappelijke kosten die aan een rechtszaak zijn verbonden. Zodoende wordt door het oordeel misbruik van recht (ook) het algemeen belang gediend.7
b. Wettelijk voorschrift is van dwingend recht
Ook dat het tekstueel toepasselijke wettelijke voorschrift van dwingend recht is, is een contra-indicatie voor een uitzondering. Dat de wetgever een voor-schrift zo belangrijk heeft geacht dat hij partijen niet toestaat ervan af te wijken, is (ook) reden voor hoge eisen aan een uitzondering, zo kwam naar voren bij de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid.8
c. Doel van het wettelijk voorschrift is rechtszekerheid
Het is ook een contra-indicatie dat het tekstueel toepasselijke wettelijke voorschrift gericht is op rechtszekerheid. Rechtsmiddeltermijnen zijn dat bijvoorbeeld, hetgeen de strenge eisen aan uitzonderingen daarop rechtvaardigt. Wetgeving over het griffierecht daarentegen is er niet vanwege rechtszekerheid, maar om het incassorisico van de Staat te beperken.9
d. Uitzondering maakt inbreuk op een eenieder verbindende verdragsbepaling
Een vierde contra-indicatie voor uitzonderingen is dat een uitzondering inbreuk maakt op een eenieder verbindende verdragsbepaling als artikel 6 EVRM. Dit kwam ter sprake in het kader van misbruik van procesrecht, waarbij volgens de Hoge Raad terughoudendheid past vanwege het recht op toegang tot de rechter.10