Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/7.5.1.1
7.5.1.1 Zelfstandig vermogen
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS401455:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vgl: Schilfgaarde, P. van (1979), supra noot 11, blz. 1.
Zwemmer, J.W. (1982), 'De betekenis van de rechtspersoonlijkheid in het fiscale recht (1)', TVVS nr. 82/1, blz. 1-5.
Toelichting van E.M. Meijers op het ontwerp voor een nieuw Burgerlijk Wetboek, blz. 121. Eveneens weergegeven in C.J. van Zeben, supra noot 11, blz. 17. De door Meijer gekozen benadering wordt ook wel gezien als een voortvloeisel van de benadering dat de rechtspersoon een rechtssubject is.
Schilfgaarde, P. van (2009), 'Van de BV en de NV', Deventer: Kluwer, nr. 32, blz. 120.
Tervoort, A.J.S.M. (2003d), 'De nieuwe wettelijke regeling inzake personenvennootschappen', NJB 2003/8, blz. 362-370 en vergelijk: A.L. Mohr (2003b), `Goederenrechtelijke aspecten van de 'openbare vennootschap'', WPNR 03/6524, blz. 213-218.
De rechtsubjectiviteit komt in belangrijke mate tot uiting in artikel 2:5 BW: Men rechtspersoon staat, wat het vermogensrecht betreft, met een natuurlijk persoon gelijk, tenzij uit de wet het tegendeel voortvloeit'.1 Dit wordt ook wel gezien als het voornaamste rechtsgevolg van het rechtspersoon-zijn. De vennootschap is zelf juridisch eigenaar en rechthebbende van het vennootschapsvermogen en is derhalve bevoegd om door middel van haar vertegenwoordigers hierover te beschikken. Doordat het vermogen van rechtspersonen eigendom is van de vennootschap zelf, bestaat er een scheiding tussen het privé-vermogen van de kapitaalverschaffers en het vennootschapsvermogen. Het vermogen van de één kan niet worden toegerekend aan de ander. Schulden van de één kunnen niet worden verhaald op de ander.2 Meijers bevestigde dit door in de toelichting op het ontwerp voor een Nieuw Burgerlijk Wetboek als twee meest typerende eigenschappen van een rechtspersoon te noemen 'een afgescheiden vermogen met eigen aansprakelijkheid en een eigen bestaan, en een doel dat niet aan het bestaan en de belangen van individueel bepaalde personen gebonden is '.3 Het vermogen van de rechtspersoon staat wel ter beschikking aan zaakscrediteuren als verhaalsobject. Maar dus niet aan de individuele aandeelhouders en hun privé-crediteuren. Desalniettemin zegt men wel dat de aandeelhouders tezamen 'economisch eigenaar' zijn van het vermogen van de vennootschap.4 Een aandeel is een recht terzake van het vermogen van de vennootschap dat als zodanig hoort tot het vermogen van de aandeelhouder. Het aandeel van deze aandeelhouders is evenwel geen goederenrechtelijk aandeel in de goederen van de NV of de BV.5 Uittreding of toetreding heeft geen verandering in het vermogen tengevolge. De participant hoeft in die gevallen niet, zoals bij de (huidige) personenvennootschappen, de aan hem behorende goederen in de afzonderlijke tot de gemeenschap te leveren. De levering van het aandeel door middel van een daartoe bestemde akte alleen, voldoet.