Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/11.4:11.4 Wees consequent
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/11.4
11.4 Wees consequent
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS411331:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het derde advies dat ik naar aanleiding van dit onderzoek aan de wetgever geef, is dat hij consequent dient te handelen ter bevordering van zijn betrouwbaarheid.
In par. 9.5.2.3 heb ik uiteengezet dat ik het niet wenselijk acht dat in Nederland vaste overgangsregels rondom fiscale wetswijzigingen gelden. Het is echter wel belangrijk dat de wetgever een vast beoordelingskader hanteert bij het ontwerpen van een overgangsregime. Meer duidelijkheid over de uitgangspunten die hij hanteert bij het ontwerpen van overgangsrecht maken de wetgever, en daarmee ook de overheid betrouwbaarder. Een betrouwbare overheid is noodzakelijk voor het goed functioneren van de formele beginselen van behoorlijk overgangsbeleid en de rationele-verwachtingentheorie (par. 9.5). Als een betrouwbare overheid vaste uitgangspunten hanteert bij het ontwerpen van een overgangsregime, kunnen belastingplichtigen enerzijds beter inschatten hoe het overgangsregime bij een wetswijziging komt te luiden en zullen zij anderzijds eerder geneigd zijn – voor zover mogelijk – te anticiperen op een wetswijziging. Ook kunnen procedures zoals die worden gevoerd met betrekking tot de verlaging van het Vpb-tarief en het overgangsregime dat daarbij is getroffen voor belastingplichtigen met een gebroken boekjaar, worden voorkomen (par. 6.3.3.4). Voor een overgangsregime dat is gebaseerd op een vast beoordelingskader zal er veelal ook maatschappelijk draagvlak zijn. Een kanttekening die hierbij moet worden geplaatst is dat de invloed van belangengroeperingen en de informatievoorziening van leden van de Eerste en Tweede Kamer ertoe kunnen leiden dat de politieke besluitvorming anders verloopt dan verwacht (par. 5.2.2.3). Als dat het geval is, heeft de wetgever als een wetswijziging reeds volledig voorzienbaar was op grond van het beginsel van eerbiediging van gerechtvaardigde verwachtingen naar mijn mening de verplichting om belastingplichtigen te compenseren voor de schade die zij ondervinden van deze koerswijziging.
Samenvattend concludeer ik dat het hanteren van een beoordelingskader voor overgangsbeleid de betrouwbaarheid van de wetgever bevordert. Dit kan een gunstig effect hebben op het anticiperend gedrag van belastingplichtigen en op de aanwezigheid van maatschappelijk draagvlak. Bij koerswijzigingen ná het voorzienbaar worden van een wetswijziging dient de wetgever het beoogde overgangsregime te heroverwegen.
Een goed aanknopingspunt voor consequent handelen biedt het project VVM. In par. 9.5.2.2 concludeerde ik dat dit een goed initiatief is, doch dat de volgende verbeterpunten moeten worden doorgevoerd:
er dienen nadere voorschriften te worden opgesteld met betrekking tot de mogelijkheid om af te wijken van VVM;
het vereiste van een redelijke invoeringstermijn dient beter te worden nageleefd; en
het ministerie van Financiën dient primair ervoor te zorgen dat uit de toelichting bij een wetsvoorstel blijkt wat de consequenties zijn voor belastingplichtigen (en niet via www.bedrijvenloket.nl).