Antichresis en pandgebruik
Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/10.6:10.6 Duits recht
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/10.6
10.6 Duits recht
Documentgegevens:
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264515:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Duitse recht van pandgebruik op roerende zaken is ontleend aan het gerecipieerde Romeinse recht.1 Dit recht van pandgebruik is onderdeel van het pandrecht.2 Het pandrecht heeft in de praktijk echter een beperkte betekenis, behalve bij de (stille) verpanding van IE-rechten en aandelen.3 Het recht van pandgebruik vindt in het moderne Duitse recht meer toepassing bij executoriaal beheer van hypotheekobjecten, de zekerheidsoverdracht en de zekerheidscessie.4 Deze vormen van pandgebruik en executoriaal beheer zijn niet ontleend aan het Romeinse recht, maar zij zijn inhoudelijk verwant aan de Romeinse rechtsfiguur van verzuim-pandgebruik. Het Duitse recht kent geen zelfstandige antichrese. Bovendien is het niet goederenrechtelijk mogelijk om door middel van vestiging van een zekerheidsvruchtgebruik alsnog een zelfstandige antichrese te creëren.5
Het Duitse recht van pandgebruik op roerende zaken vertoont weinig verschillen met het recht van pandgebruik uit het gerecipieerde Romeinse recht. Het grootste verschil tussen het Duitse recht en het Romeinse recht is dat naar Duits recht een recht van pandgebruik alleen stilzwijgend tot stand komt op een roerende zaak die natuurlijke vruchten voortbrengt. Willen partijen een recht van pandgebruik tot stand brengen op een zaak die burgerlijke vruchten voortbrengt, dan dienen zij dit uitdrukkelijk overeen te komen in de pandovereenkomst.6 In het Romeinse recht kwam een recht van pandgebruik echter van rechtswege tot stand op iedere vruchtgevende zaak.7
Een pandrecht op vervangbare goederen die zich lenen voor verbruik en beschikking (irreguläres Pfandrecht) kwalificeert in het Duitse recht niet als pandrecht in eigenlijke zin. Doordat zulke vervangbare goederen in de regel geen natuurlijke vruchten voortbrengen, komt ook geen recht van pandgebruik tot stand. De pandhouder met een irreguläres Pfandrecht heeft de bevoegdheid om de hem verpande goederen te ‘gebruiken’ door verbruik en beschikking. Deze ‘gebruiksbevoegdheid’ heeft echter niet één van de functies van het recht van pandgebruik uit het Romeinse recht.8
Zekerheidsoverdracht en zekerheidscessie geven aan de zekerheidsgerechtigde een stil zekerheidsrecht. Bij een zekerheidsoverdracht of een zekerheidscessie komt dan ook nooit een recht van pandgebruik tot stand. Het onderpand komt immers nooit in de macht van de zekerheidsgerechtigde. Wel is de zekerheidsgerechtigde schuldeiser bij verzuim van zijn schuldenaar van rechtswege gerechtigd tot de vruchten (rente) van de gecedeerde vordering. Bij een zekerheidsoverdracht geldt hetzelfde, mits partijen dit ten tijde van het aangaan van de zekerheidsoverdracht zijn overeengekomen.9
Het Duitse recht van executoriaal beheer (Zwangsverwaltung) van de grondpandhouder vertoont inhoudelijke gelijkenissen met het Romeinse recht van pandgebruik op onroerende zaken dat intrad bij verzuim van de schuldenaar. De grondpandhouder kan naar Duits recht het grondpandobject executoriaal laten beheren als de schuldenaar in verzuim komt met de terugbetaling van de gesecureerde vordering. Executoriaal beheer geldt als gelijkwaardig aan executoriale verkoop. De grondpandhouder kan het grondpandobject laten beheren zonder tot executoriale verkoop over te gaan. Hij kan het grondpandobject ook executoriaal laten beheren en later executoriaal verkopen. 10
Executoriaal beheer strekt tot het behoud van de economische waarde van het grondpandobject, en de voldoening van de gesecureerde vordering uit de vruchten van het object. Executoriaal beheer lijkt dus op de Romeinse verzuim-pandgebruik met aflossingsfunctie. Het Duitse executoriale beheer lijkt hieraan evenwel niet te zijn ontleend. Anders dan in het Romeinse recht voert de grondpandhouder in beginsel niet zelf het executoriale beheer over het grondpandobject, maar een onafhankelijke derde. Voor banken en verzekeraars geldt hierop een uitzondering: zij kunnen een in executoriaal beheer gespecialiseerde medewerker aanstellen als beheerder.11
Executoriaal beheer voorziet in een behoefte aan zekerheid op vruchten die in faillissement zijn ontstaan. Deze vruchten zijn niet vatbaar voor verpanding of zekerheidsoverdracht. Als de grondpandhouder echter beslag tot Zwangsverwaltung heeft gelegd, vallen de vruchten onder de opbrengst van het executoriale beheer. De grondpandhouder kan zijn (rente)vorderingen met voorrang op andere schuldeisers verhalen op deze opbrengst. Daarnaast voorziet Zwangsverwaltung in een behoefte als de waarde van het grondpandobject lager is dan de gesecureerde vordering. In dat geval kan de grondpandhouder het grondpandobject executoriaal laten beheren tot zijn gesecureerde vordering zodanig is verminderd dat de waarde van het grondpandobject volstaat om het restant van de vordering te voldoen door executoriale verkoop.12