Kavelruil
Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/2.II.C.3.e:e. Epiloog
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/2.II.C.3.e
e. Epiloog
Documentgegevens:
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS477369:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hof Arnhem 1 maart 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BP8416, met nt. D.W. Bruil, in: Agrarisch recht 2011/6, nr. 5645. Zie tevens NTFK 2011/1017, alsmede FutD 2011/14.
Rb Arnhem 22 december 2009, ECLI:NL:RBARN:2009:BM1652, FutD 2010/17.
r.o. 4.3.2.
Bij besluit van 14 september 2010, nr. DGB2010/3544M, Stct. 2010, 14496 (V-N 2010/20.22), is de Toelichting per 22 september 2010 geheel ingetrokken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het besluit is in werking getreden op 12 november 2004. Op verzoek van de belastingplichtige kan de inspecteur de op die datum nog niet onherroepelijk vaststaande betalingen op aangifte en opgelegde naheffingsaanslagen ambtshalve verminderen. Andersom geredeneerd kan de fiscus tevens naheffingsaanslagen opleggen, zulks met inachtneming van het ‘nieuwe’ beleid. Van deze mogelijkheid maakte de fiscus diverse malen gebruik, zo bleek uit de hiervoor besproken (fiscale) procedures.
In diverse procedures bleek het beroep van de inspecteur op het ‘nieuwe’ beleid zoals verwoord in het besluit van 12 november 2004 echter tevergeefs. Zo oordeelde de belastingkamer van het Hof Arnhem op 1 maart 2011, 1 in hoger beroep op de uitspraak en in navolging van het oordeel van de Rechtbank Arnhem de dato 22 december 20092 dat het de inspecteur niet vrij stond om na goedkeuring van de kavelruil door DLG alsnog de vrijstelling van de overdrachtsbelasting te onthouden. Er was nog wel een briefwisseling geweest met DLG, waarin deze toegaf dat de overeenkomst niet had mogen worden goedgekeurd, maar tot een intrekking van die goedkeuring leidde dat niet. Het belangrijkste inhoudelijke argument werd evenmin gehonoreerd: de grondgebruikers die grond afstonden ten behoeve van een industrieterrein waren een gebruiksvoorbehoud voor zes jaar casu quo 73 maanden overeengekomen. Noch in de wet, noch in de wetsgeschiedenis, noch in de rechtspraak van de Raad van State is volgens het Hof een grond te vinden voor de gedachte dat dit zou moeten leiden tot een weigering van de vrijstelling.
De Rechtbank verwoordt het aldus:
“Anders dan verweerder bepleit brengt deze goedkeuring, naar het oordeel van de Rechtbank, in beginsel met zich dat verweerder is gebonden aan het oordeel van DLG en geen eigen beoordelingsvrijheid met betrekking tot de toepassing van de vrijstelling heeft Dit is slechts anders indien aannemelijk zou worden dat eiseres bij het aanvragen van de goedlteuring door DLG bewust onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel bewust aan DLG informatie heeft onthouden die relevant was voor de beoordeling door die dienst. De bewijslast dat daarvan sprake is rust op verweerder, (onderstreping door mij, JR)”3
Een kwestie vallend onder het bereik van het ‘oude’ beleid derhalve. Voor zelfstandige fiscale toetsing is alsdan geen plaats, tenzij sprake is van het bewust verstrekken van onjuiste gegevens of het onthouden van informatie aan DLG in het goedkeuringstraject, quod non in casu.
Per 12 november 2004 zijn de resolutie van 22 september 1938 en § 34 van de Toelichting WBR ingetrokken.4 De verouderde tekst van § 34, lid 2 van de Toelichting is dus niet langer van kracht. Aan deze roep uit de praktijk is daarmee tegemoetgekomen. Echter, het vraag en antwoordenbesluit dat in de plaats trad van § 34, lid 2, bleek meer vragen dan antwoorden te bevatten en is mijns inziens, vergeleken met de enigszins verouderde Toelichting, te beschouwen als een stap terug in de tijd. Aan de in de praktijk bestaande verdeeldheid, zoals hiervoor in onderdeel C.l beschreven, is door de komst van het besluit derhalve geen einde gekomen. Sterker nog: de verdeeldheid en onduidelijkheid is enkel groter geworden. Door het gevleugelde woord ‘indicatief en de excommunicatie van de opstallen uit de kavelruil in fiscalibus is de fiscale beer volledig los. Naheffmgen, onzekere notarissen, procedures, diverse inspecties die ieder hun eigen fiscale koers varen, het waren allemaal verschijnselen die sinds 12 november 2004 voorkwamen. De roep om duidelijkheid is door de publicatie van het besluit niet verstomd, maar eerder toegenomen.