Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/2.2.5
2.2.5 Verschijningsvormen van het deskundigenbericht
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS701936:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Sluysmans & Schuite 2022, p. 213.
Aangezien het hier een buitenwettelijke procedure betreft, is niet geregeld of partijen ook nog mogen reageren op elkaars reacties. Rechtseenheid ontbreekt op dit punt: soms worden ‘twee rondes’ toegelaten, andere keren niet.
Dat is althans de – mijns inziens terechte, maar door de Hoge Raad in het midden gelaten – conclusie van A-G Van Oven. Zie: HR 4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:843, NJ 2014/221.
Van der Gouw & Sluysmans 2015, p. 82-83.
Zie voor een voorbeeld: Rb. Overijssel 6 december 2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:4592.
Kamerstukken II 2018/19, 35133, 3, p. 126.
Sluysmans, NJB 2019/580, p. 732; Sluysmans 2021, p. 217-218.
Onteigeningswet
Onder de vigeur van de onteigeningswet kan het deskundigenbericht verschillende ‘vormen’ aannemen. De onteigeningswet opent in art. 54e lid 2 de mogelijkheid voor ‘de meest gerede partij’ (veelal de onteigenaar) om in het geval van een vervroegde descente deskundigen een ‘voorlopig oordeel’ te laten geven. Een dergelijk voorlopig oordeel vertoont in de praktijk alle trekken van een regulier advies. Het is dan ook vaste praktijk dat, zodra het vervroegde onteigeningsvonnis voorhanden is, het voorlopig oordeel wordt aangemerkt als de tweede variant: het conceptadvies.1
De conceptadviesprocedure dient sinds jaar en dag ter vervanging van de wettelijk vastgelegde bezwaarschriftprocedure ex art. 36 lid 1 onteigeningswet. De bezwaarschriftprocedure hield in dat partijen gedurende vier weken bezwaar konden maken tegen het ter griffie gedeponeerde deskundigenrapport. Dat bezwaar moest worden opgevolgd met een zitting ten overstaan van de rechter-commissaris. Als gezegd, wordt deze procedure in de praktijk niet meer gevolgd. In de praktijk doen partijen bij de descente afstand van het recht op bezwaar en opteren zij voor de meer gangbare conceptadviesprocedure. 2Die procedure houdt in dat deskundigen eerst een conceptrapport opstellen. Partijen krijgen dan de mogelijkheid om binnen een afgesproken termijn op dat concept te reageren.3 Vervolgens stellen deskundigen het definitieve rapport op met inachtneming van de reacties van partijen. Dat definitieve rapport wordt ter griffie gedeponeerd. Het voordeel van de conceptadviesprocedure ten opzichte van de bezwaarschriftprocedure is dat zij tegenmoetkomt aan de wensen van procespartijen. De procedure is laagdrempelig en de communicatie tussen partijen en deskundigen kan relatief informeel geschieden in plaats van aan de hand van formele processtukken. Daaraan kleeft evenwel ook een nadeel. Het conceptadvies en de daarop geuite reacties maken niet automatisch deel uit van het procesdossier. 4Procespartijen zullen er attent op moeten zijn dat dergelijke correspondentie wordt aangehecht bij stukken die wel tot het procesdossier behoren om zo te voorkomen dat zij zich in cassatie niet op die stukken kunnen beroepen. Daarnaast is het een kenmerk van informele procedures dat veel zaken ongeregeld zijn. Zo is het bijvoorbeeld onduidelijk hoe vaak procespartijen mogen reageren op elkaars reacties. 5
Naast het voorlopig oordeel, het conceptadvies en het definitieve advies, bestaat er nog het aanvullend advies. Het aanvullend advies wordt gelast bij tussenvonnis en kan aan de orde zijn wanneer de rechtbank meent dat over bepaalde aspecten nog (te) veel onduidelijkheid bestaat. Een aanvullend advies kan ook aan de orde zijn wanneer nog nieuwe omstandigheden blijken na depot van het definitieve rapport. Als bijvoorbeeld op de pleitzitting een nog niet bekende bodemverontreiniging aan het licht komt, ligt een aanvullend advies voor de hand. In dat laatste geval volgt het aanvullend advies het stramien van de conceptrapport-procedure.6
Omgevingswet
Ook de verschijningsvormen die het deskundigenbericht kan aannemen zijn anders in de Omgevingswet. Zowel het voorlopig oordeel als de bezwaarschriftprocedure keren in de nieuwe regeling niet terug. Het voorlopig oordeel is onlosmakelijk verbonden aan een vervroegde plaatsopneming. Nu die laatste figuur vervalt, vervalt ook het voorlopig oordeel. De bezwaarschriftprocedure wordt verlaten ten gunste van de meer gangbare conceptadviesprocedure. Die procedure is geheel in overeenstemming met het Wetboek van Rv en de Leidraad deskundigen in civiele zaken. Dat is ook de reden waarom er in de nieuwe regeling geen nadere regels zijn gesteld over de conceptadviesprocedure. 7
Analyse
Op het vervallen van het voorlopig oordeel is in de literatuur niet onverdeeld enthousiast gereageerd. Met name wordt gewezen op de perspectiefverandering die een voorlopig oordeel in de praktijk nogal eens teweegbrengt. 8Dat zal zeker gelden bij procespartijen die het stadium van een (schikkings)comparitie bereiken (en vermoedelijk diep ingegraven zitten in de eigen standpunten). Het voorlopig oordeel is een instrument om het schadedebat vroegtijdig open te breken met nieuwe, onafhankelijke inzichten van deskundigen.