Einde inhoudsopgave
Beleidsbepaling en aansprakelijkheid (VDHI nr. 170) 2021/5.3
5.3 Indirecte doorbraak van aansprakelijkheid
mr. J.E. van Nuland, datum 21-09-2020
- Datum
21-09-2020
- Auteur
mr. J.E. van Nuland
- JCDI
JCDI:ADS254378:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. reeds HR 25 september 1981, NJ 1982, 443, m.nt. Maeijer (Osby), waarin de Hoge Raad overweegt dat de beperkte aansprakelijkheid van aandeelhouders zoals neergelegd in Boek 2 BW er niet aan in de weg staat dat een aandeelhouder jegens een schuldeiser aansprakelijk kan zijn wegens het plegen van een onrechtmatige daad jegens die schuldeiser.
Vgl. Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/837.
Zie o.m. Bartman e.a. 2016, p. 255 e.v.; Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/841 e.v.; Lennarts 1999, p. 185 e.v.; Houwen e.a. 1993, p. 894 e.v.
Het onderscheidende karakter van de indirecte doorbraak van aansprakelijkheid is gelegen in de omstandigheid dat de aansprakelijkheid berust op een eigen, persoonlijk gepleegde onrechtmatige daad van de laedens. Waar in geval van vereenzelviging kan worden gezegd dat een schuld of verbintenis wordt ‘doorgeleid’ en de redenen voor dit doorgeleiden centraal staan bij de beoordeling, betreft de indirecte doorbraak juist een zelfstandige verbintenis en staat bij de beoordeling van de aansprakelijkheid het handelen of nalaten van de laedens centraal. De in het vorige hoofdstuk besproken bestuurdersaansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad betreft eveneens een indirecte doorbraak.
Wanneer tot aansprakelijkheid wordt geconcludeerd wegens vereenzelviging, wordt voorbij gegaan aan het door artikel 2:5 BW verwoorde uitgangspunt. Zoals gezegd wordt niet de rechtspersoonlijkheid aan de kant geschoven, maar veeleer de gevolgen die de wet aan rechtspersoonlijkheid verbindt. Hiervoor schreef ik dat de beperkte aansprakelijkheid van aandeelhouders geen gevolg is van rechtspersoonlijkheid. Het is een door de wetgever gerealiseerd voorrecht dat toekomt aan kapitaalverschaffers. De wet zou evengoed kunnen bepalen dat aandeelhouders hoofdelijk verbonden zijn voor de schulden van de vennootschap waarin zij participeren. Andersom kan het voorrecht van beperkte aansprakelijkheid door de wet worden toegekend, zonder dat sprake is van rechtspersoonlijkheid. Bij de in het volgende hoofdstuk te bespreken commanditaire vennootschap geniet de commanditaire vennoot deze positie. Net als de aandeelhouder van een kapitaalvennootschap is de aansprakelijkheid van deze vennoot beperkt tot zijn inbreng.
De beperking van aansprakelijkheid betekent evenwel geen ontslag van alle aansprakelijkheid. Iedere (rechts)persoon zal zich op straffe van aansprakelijkheid moeten onthouden van onrechtmatig gedrag. In geval van indirecte doorbraak wordt dan ook geen inbreuk gemaakt op het voorrecht van beperkte aansprakelijkheid. Onder omstandigheden kunnen crediteuren van de vennootschap de aandeelhouder aanspreken of, in concernterminologie, kunnen crediteuren van een dochtermaatschappij (‘dochter’) de moedermaatschappij (‘moeder’) aanspreken, omdat de aandeelhouder of moeder zich jegens deze crediteuren toerekenbaar onrechtmatig heeft gedragen.1 De terminologie ‘doorbraak’ is in deze gevallen dan ook ongelukkig, nu sprake is van een op zichzelf staande aansprakelijkheid van de aandeelhouder.2 Indirect wordt daarbij evenwel voorbijgegaan aan de gevolgen van artikel 2:5 BW, nu het veelal gaat om een aansprakelijkheid voor contractuele verbintenissen (onbetaald gebleven schuldeisers) van de dochter.
In doorbraaksituaties staan begrippen als zorgplicht, inzicht en zeggenschap centraal. Deze begrippen kwamen wij al tegen in het vorige hoofdstuk, waar zij in de formule ‘inzicht en zeggenschap leiden tot een zorgplicht’ werden geplaatst. In de literatuur is reeds veel aandacht besteed aan het bespreken van de rechtspraak over indirecte doorbraak van aansprakelijkheid.3 De ontwikkeling daarvan zal ik daarom maar beperkt bespreken. Ik gebruik de inzichten uit deze rechtspraak vervolgens om verder na te denken over de voornoemde begrippen en de omstandigheden die tot een indirecte doorbraak van aansprakelijkheid kunnen leiden.
5.3.1 Ontwikkeling in de rechtspraak5.3.2 Zorgplicht en aansprakelijkheid5.3.3 De (mede)beleidsbepalende moeder