Einde inhoudsopgave
Beleidsbepaling en aansprakelijkheid (VDHI nr. 170) 2021/5.3.2
5.3.2 Zorgplicht en aansprakelijkheid
mr. J.E. van Nuland, datum 21-09-2020
- Datum
21-09-2020
- Auteur
mr. J.E. van Nuland
- JCDI
JCDI:ADS254408:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Tjong Tjin Tai 2006, p. 97.
Tjong Tjin Tai 2006, p. 99-100.
Tjong Tjin Tai 2006, p. 100.
Hartlief 2002, p. 481 en 494.
Voor verwijzingen naar auteurs die dit adagium met Hartlief als uitgangspunt van het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht beschouwen zie Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-IV 2015/19.
Vgl. ter zake dit uitgangspunt ook Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-IV 2015/18 die dit uitgangspunt als een van twee gezichtspunten beschouwen en het adagium ‘berokken een ander geen schade’ als tweede gezichtspunt van het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht aanwijzen. Geen van beiden geldt in hun visie als uitgangspunt, zie Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-IV 2015/19 voor verwijzingen naar auteurs die deze mening delen; zie hierover en voor verwijzingen ook Jansen 2012, par. 4.1.2.
Hartlief 2002, p. 483 verwijzend naar HR 30 september 1994, NJ 1996, 196-198, m.nt. Brunner (Staat/Shell), (Staat/Duphar) en (Staat/Fasson).
Hartlief 2002, p. 483-484; deze factoren zijn de kans dat een ander niet oplet of onvoorzichtig is, de kans op schade, de aard en de ernst van de gevolgen en de bezwaarlijkheid van het treffen van voorzorgsmaatregelen, zie HR 5 november 1965, NJ 1966, 136, m.nt. Scholten (Coca Cola/Duchateau).
Hartlief 2002, p. 484, 487 en 501.
In zijn dissertatie definieert Tjong Tjin Tai een zorgplicht als ‘een plicht tot handelen of nalaten ten behoeve van één of meer concrete belangen van een persoon of object’. Hij spreekt van een plicht om zorg te betrachten door handelingen te verrichten ter bevordering, bescherming of tot het ontzien van zekere belangen.1 Tot op zekere hoogte geldt voor alle deelnemers aan het rechtsverkeer dat zij rekening moeten houden met andermans belangen. Tjong Tjin Tai spreekt van een grondnorm. De mate waarin dat moet gebeuren is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. De auteur wijst verder op het onderscheid tussen de zorg binnen een overeenkomst, waar een grotere mate van zorg mag worden verwacht, en daarbuiten, waar meestal een (zeer) geringe mate van zorg moet worden getoond en soms toch meer mag worden verwacht.2 Buiten overeenkomst hoeft men andermans belangen meestal alleen te ontzien, en dus niet te beschermen of te bevorderen. De zorgplicht beperkt zich hier tot de belangen die in de concrete omstandigheden kenbaar geraakt zouden kunnen worden. Met de desbetreffende belangen hoeft slechts rekening te worden gehouden.3
Hartlief signaleerde in 2002 een ontwikkeling waarbij onder de noemer van de zorgvuldigheidsnorm algemene zorgplichten worden geformuleerd, waardoor sprake is van een opschuiven in de richting van meer bescherming.4 Met bescherming doelt hij op het steeds meer verlaten van het uitgangspunt5 van ons buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht, namelijk dat iedereen in beginsel zijn eigen schade draagt.6 Ook Hartlief wijst in zijn benadering van algemene zorgplichten op het rekening houden met andermans belangen als hij invulling geeft aan de maatschappelijke zorgvuldigheid, daarbij verwijzend naar arresten van de Hoge Raad over bodemverontreiniging.7 Of van maatschappelijk onzorgvuldig handelen sprake is, hangt in abstracto af van de vraag of de dader anders heeft gehandeld dan hij had moeten doen teneinde geen schade toe te brengen aan een bepaald belang van een ander dat hij had behoren te ontzien. Daartoe is dan ook mede vereist dat diegene dat belang kende of behoorde te kennen. Op grond van dit uitgangspunt stelt Hartlief dat sprake is van een minimumvereiste, namelijk dat de laedens het betrokken belang kende of daarop bedacht moest zijn. Hoefde de laedens dat niet te zijn, dan is hij niet aansprakelijk. Moest hij dat daarentegen wel zijn dan kán hij aansprakelijk zijn, afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Die omstandigheden laten zich veelal invullen door de in het kader van gevaarzetting of daarmee vergelijkbare factoren.8 Daarnaast wijst Hartlief uitdrukkelijk op het belang van de context waarbinnen de afweging van factoren plaatsvindt.9 In dat verband geeft hij aan dat het mogelijk en zelfs noodzakelijk is om categorieën of gebieden te onderscheiden die door een of meer specifieke zorgvuldigheidsnormen worden geregeerd.
Het voorgaande doet onder meer de vraag rijzen in hoeverre een moeder als gevolg van een zorgplicht rekening moet houden met de belangen van de crediteuren van haar dochter. Daaraan gaat de vraag vooraf of en in hoeverre er aan de zijde van de moeder sprake is van verantwoordelijkheid voor de dochter en in hoeverre zij de belangen van de crediteuren van haar kent of daarop bedacht moet zijn. Hierin uit zich namelijk de verplichting tot een doen die vooraf gaat aan de aansprakelijkheid wegens schending van een zorgplicht. Binnen dit concernrechtelijk kader en gelet op de vereiste kenbaarheid van belangen waarop de moeder bedacht moet zijn, rijst ten slotte de vraag wat nu de betekenis is van de (intensieve) beleidsbemoeienis, zoals die in de hiervoor besproken rechtspraak aan de orde is gesteld. Voordat ik aan deze vragen toekom, borduur ik eerst voort op het hiervoor geschetste algemene kader.
5.3.2.1 Maatschappelijke zorgvuldigheid: rekening houden met anderen5.3.2.2 Aansprakelijkheid wegens (zuiver) nalaten5.3.2.3 De betekenis van de concernleidingsplicht5.3.2.4 De betekenis van intensieve bemoeienis5.3.2.5 Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid bij indirecte doorbraak