Beleidsbepaling en aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Beleidsbepaling en aansprakelijkheid (VDHI nr. 170) 2021/5.3.3:5.3.3 De (mede)beleidsbepalende moeder
Beleidsbepaling en aansprakelijkheid (VDHI nr. 170) 2021/5.3.3
5.3.3 De (mede)beleidsbepalende moeder
Documentgegevens:
mr. J.E. van Nuland , datum 21-09-2020
- Datum
21-09-2020
- Auteur
mr. J.E. van Nuland
- JCDI
JCDI:ADS254390:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/836; vgl. ook Kamerstukken II 1980/81, 16 530, nrs. 3-4, p. 8 (MvT), waarin wordt gesproken over ‘doorbraak van rechtspersoonlijkheid’, welke eigenschap uitsluitend de directe doorbraak kenmerkt. Daarnaast Kamerstukken II 1983/84, 16 631, nr. 6, p. 37 (MvA), waar tot uitdrukking wordt gebracht dat de WBA beoogd ‘de grens tussen aanvaardbaar en onaanvaardbaar gebruik van de rechtspersoonlijkheid bezittende vennootschap zo scherp mogelijk te trekken.’
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor werd duidelijk dat de intensieve bemoeienis van een moeder met het beleid van haar dochter een belangrijke factor is bij de beantwoording van de vraag of op de moeder een zorgplicht rust jegens de schuldeisers van haar dochter. De beleidsbemoeienissen van de moeder kunnen aanleiding vormen om een dergelijke zorgplicht aan te nemen, met als gevolg dat de moeder de belangen van deze schuldeisers behoort te ontzien. Laat zij dat na, dan kan dat nalaten tot aansprakelijkheid leiden. In het vorige hoofdstuk ben ik uitgebreid ingegaan op de achtergrond en toepassing van de met de invoering van de WBA en WBF geïntroduceerde figuur die ik heb aangeduid als de eigenlijke (mede)beleidsbepaler. De wettelijke definitie van deze figuur maakt geen onderscheid tussen actoren die als zodanig kunnen worden aangemerkt. In beginsel kan dus eenieder met toepassing van de bepalingen waarin een gelijkstelling met de formele bestuurders is opgenomen, worden aangesproken voor verplichtingen die diegene strikt genomen niet aangaan. Dat betekent dat ook de (mede)beleidsbepalende moeder als zodanig kan worden aangesproken. In deze paragraaf borduur ik voort op het in het vorige hoofdstuk uiteengezette kader en richt ik mij specifiek op vraag of en in hoeverre in concernverhoudingen een moeder als eigenlijke (mede)beleidsbepaler kan worden aangemerkt. Hoewel de hiermee verband houdende aansprakelijkheid vanuit dogmatisch oogpunt moet worden gekwalificeerd als een directe doorbraak,1 ga ik toch op deze plaats in op de kwalificatievraag om deze af te kunnen zetten tegen de voor indirecte doorbraak gehanteerde maatstaven. Hierna bespreek ik of en in hoeverre een aandeelhouder als (mede)beleidsbepaler kan worden aangemerkt. Vervolgens onderzoek ik de verhouding tussen de hiervoor besproken indirecte doorbraak en de aansprakelijkheid als (mede)beleidsbepaler.
5.3.3.1 Kwalificatie als (mede)beleidsbepaler5.3.3.2 Competentie-afhankelijkheid van de kwalificatie5.3.3.3 De (mede)beleidsbepaler en indirecte doorbraak