Einde inhoudsopgave
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/4.3.1
4.3.1 Het verlies van een unieke zaak of een beperkt recht: een klasse apart?
W.Th. Nuninga, datum 23-06-2022
- Datum
23-06-2022
- Auteur
W.Th. Nuninga
- JCDI
JCDI:ADS657556:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HR 17 november 1967, ECLI:NL:HR:1967:AC4789, NJ 1968/42, m.nt. G.J. Scholten (Pos/Van den Bosch).
Zie bijv. Hof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2015:3737, TBR 2015/197. Zie ook ten aanzien van de vestiging van een beperkt recht, zij het wegens ongerechtvaardigde verrijking: HR 24 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0472, NJ 2012/143.
Zie behalve de hierna te bespreken zaak ook dit iets complexere en daardoor als voorbeeld minder geschikt geval: HR 14 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO3521, NJ 2011/179 (Van der Plas/Janssens) en ten aanzien van een geschil omtrent een museumcollectie: Hof Arnhem-Leeuwarden 2 september 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:6779, NJF 2014/411 en bijbehorende schadestaat Hof Arnhem-Leeuwarden 3 maart 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:1520.
Rb. Amsterdam 6 augustus 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BN3398.
De in de praktijk meest in het oog springende vorm van schadevergoeding in natura is die tot overdracht van onroerende zaken of de vestiging van beperkte rechten. Omdat het goederenrecht rechtszekerheid hoog in het vaandel heeft, is de goederenrechtelijke verdeling van goederen er niet altijd een die het best aansluit bij het rechtsgevoel. Waar het gaat om een verloren of misgelopen lading graan kan het onrecht nog wel geremedieerd worden met een vergoeding in geld, maar waar het gaat om een unieke zaak zoals een kunstobject of een onroerende zaak is dat al moeilijker: geld neemt daar slechts een deel van het onrecht weg.
Een van de meest sprekende en bekende voorbeelden is het geval van Pos/Van den Bosch. Van den Bosch had enkele weilanden in pacht van de heer Brouwer, die met zijn zussen in een boerderij woonde. Zij (Van den Bosch en de familie Brouwer)kwamen overeen dat Van den Bosch bij het overlijden van de langstlevende bewoner van de boerderij het recht zou hebben de boerderij te kopen. Na het overlijden van de heer Brouwer, maakte de neef van de langstlevende Tante Neeltje, Pos, handig gebruik van haar gevorderde leeftijd en bewoog haar ertoe de boerderij en de percelen voor haar overlijden aan hem over te dragen. Dat leverde volgens de Hoge Raad een onrechtmatig uitlokken van wanprestatie op dat in dit geval passend geremedieerd zou kunnen worden door Pos te veroordelen de boerderij en percelen alsnog tegen betaling over te dragen aan Van den Bosch.1
Natuurlijk had Pos hier ook veroordeeld kunnen worden Van den Bosch de kosten van verhuizen en het misgelopen voordeel uit de overeenkomst met de Brouwers te vergoeden. Toch zou dat weinig recht doen aan het feit dat op enig moment de pacht zal aflopen en Van den Bosch dan helemaal met lege handen zou staan. Het zou dan ook passender zijn Van den Bosch op de een of andere manier in staat te stellen de eigendom te verwerven. Om te zorgen dat Van den Bosch niet ongerechtvaardigd wordt verrijkt, ligt het aan de andere kant ook voor de hand hem wel te laten betalen voor de eigendomsoverdracht. Een dergelijke remedie wordt nog steeds regelmatig toegewezen.2
Een vergelijkbare redenering is te zien bij kunstvoorwerpen.3 Vanwege het unieke karakter van een kunstobject kan een schadevergoeding in geld voor de meeste mensen het leed niet goedmaken. Om daar toch aan tegemoet te komen, kan de rechter in zijn veroordeling vrij ver gaan. Een goed voorbeeld is een geval dat speelde bij de Rechtbank Amsterdam.4 Bij de verdeling van de nalatenschap bedeelde de notaris een schilderij aan A toe. Later bleek dat het testament aldus gewijzigd was dat het schilderij naar B had moeten gaan met de opdracht het binnen de familie te houden. A had het schilderij inmiddels aan kunsthandel C verkocht voor €25.000, waar het nu te koop stond voor €80.000. B spreekt de notaris aan tot vergoeding van de schade die hij heeft geleden als gevolg van de beroepsfout en vordert dat die schade wordt vergoed door het schilderij te verwerven en over te dragen aan B. De notaris verweert zich vanzelfsprekend met de stelling dat van hem niet verwacht kan worden een schilderij voor €80.000 te kopen. De rechtbank denkt daar anders over: het is aan de notaris te wijten dat de wensen van de erflater niet zijn gerespecteerd en dat B het schilderij nu niet binnen de familie kan houden. Het feit dat het hier om een unieke zaak gaat die bovendien voor deze familie unieke waarde bezit, rechtvaardigt dat de gedaagde notaris tot méér wordt verplicht dan wanneer hij in een zakelijke transactie een fout had gemaakt. Daar had een financiële vergoeding de belangen waarschijnlijk wel afdoende gedekt.