Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/6.3
6.3 Het Nederlandse structuurregime
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS439359:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Een afhankelijke maatschappij is in de wet gedefinieerd als: 'a) een rechtspersoon waaraan de vennootschap of een of meer afhankelijke maatschappijen alleen of samen voor eigen rekening ten minste de helft van het geplaatste kapitaal verschaffen, b) een vennootschap waarvan een onderneming in het handelsregister is ingeschreven en waarvoor de vennootschap of een afhankelijke maatschappij als vennote jegens derden volledig aansprakelijk is voor alle schulden.'Art.152/262.
Artt. 153/263-154/264.
Art. 158/268 leden 1 en 2.
Art. 162/272.
Art. 164/274.
De procedure is omschreven in art. 158/268. Hier worden slechts de algemene regels beschreven.
Indien het getal van het aantal leden van de raad van commissarissen niet door drie deelbaar is wordt het naast gelegen lagere getal dat wel door drie deelbaar is in aanmerking genomen voor de vaststelling van het aantal leden waarvoor het versterkte aanbevelingsrecht geldt. Art.158/268 lid 6.
Art. 158/268 lid 6.
Art. 158/268 lid 11.
Art. 158/268 lid 12.
Het structuurregime is op een Nederlandse kapitaalvennootschap van toepassing wanneer zij gedurende drie onafgebroken jaren opgaaf heeft gedaan bij het kantoor van het handelsregister dat:
het geplaatste kapitaal plus de reserves van de vennootschap ten minste zestien miljoen euro bedraagt;
de vennootschap of een afhankelijke maatschappij 1krachtens wettelijke verplichting een OR heeft ingesteld; en
bij de vennootschap en haar afhankelijke maatschappijen, tezamen in de regel ten minste honderd werknemers in Nederland werkzaam zijn.2
Als gevolg van het toepasselijk worden van het structuurregime heeft de vennootschap verplicht een raad van commissarissen bestaande uit ten minste drie commissarissen.3 Ook vindt een aantal wijzigingen plaats in de bevoegdheden-structuur binnen de vennootschap. Bestuurders worden niet benoemd door de algemene vergadering maar door de raad van commissarissen.4 Daarnaast is bij toepassing van het structuurregime een aantal in de wet opgesomde besluiten van het bestuur verplicht onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van commissarissen.5 In feite vindt er een machtsverschuiving plaats van de algemene vergadering van aandeelhouders naar de raad van commissarissen.
De benoeming van de commissarissen is onderworpen aan een bijzondere procedure.6
Voor iedere vacature nodigt de raad van commissarissen de algemene vergadering van aandeelhouders en de OR uit een aanbeveling te doen. Vervolgens maakt de raad van commissarissen een voordracht op ter behandeling in de algemene vergadering. De algemene vergadering kan met deze voordracht drie kanten op.
In de eerste plaats kan zij de voorgedragen persoon benoemen.
De tweede mogelijkheid is dat de algemene vergadering de voordracht afwijst. In dat geval moet de voorgeschreven procedure opnieuw gevolgd worden.
De laatste mogelijkheid is dat de algemene vergadering niet komt tot benoeming of tot afwijzing van de voorgedragen persoon. De raad van commissarissen kan dan tot benoeming overgaan.
Bijzonder is dat de OR een versterkt aanbevelingsrecht heeft voor een derde van het aantal commissarissen.7 Daarvoor geldt dat de raad van commissarissen de door de ondernemingraad voorgedragen persoon op de voordracht plaats, tenzij de raad van commissarissen bezwaar maakt tegen de aanbeveling. Dat bezwaar kan gebaseerd zijn op twee gronden; de raad van commissarissen zal bij benoeming niet naar behoren zijn samengesteld of de aanbevolen persoon is ongeschikt voor zijn taak als commissaris. Maakt de raad van commissarissen bezwaar dan vindt overleg plaats tussen raad van commissarissen en OR. Indien de raad van commissarissen constateert dat er geen overeenstemming wordt bereikt wordt de Ondernemingskamer gevraagd het bezwaar gegrond te verklaren.
Wordt het bezwaar ongegrond verklaard, dan wordt de voorgedragen persoon op de voordracht geplaatst. Wanneer de voordracht gegrond verklaard wordt, kan de OR een nieuwe aanbeveling doen.8
Schematisch:
De voordrachtsrechten worden uitgeoefend door de centrale OR en bij gebreke daarvan door de ondernemingsraden die zijn ingesteld bij de vennootschap waarop het structuurregime van toepassing is en de afhankelijke maatschappijen. De `algemene' aanbevelingsrechten worden door ieder van die ondernemingsraden afzonderlijk uitgeoefend. Het versterkte aanbevelingsrecht wordt door de ondernemingsraden gezamenlijk uitgeoefend.9
Voor de onderhavige materie is er nog een belangrijke bepaling opgenomen in artikel 158/268 lid 12: in de statuten kan worden afgeweken van (een gedeelte van) de benoemingsprocedure.
Het algemene aanbevelingsrecht en het versterkte aanbevelingsrecht kunnen terzijde worden geschoven. Onder meer is vereist dat voor een dergelijke statutenwijziging de toestemming van de OR is verkregen.10
Ik volsta hier met de constatering dat wanneer de aanbevelingsrechten terzijde worden geschoven niet langer gesproken kan worden van medezeggenschap. De OR heeft haar rechten prijsgegeven en heeft niet zelf in haar macht om haar oorspronkelijke aanbevelingsrechten terug te krijgen. Ik meen dat die situatie leidt tot een oneffenheid in de Nederlandse wettekst. Ik kom daar hierna in § 6.4.2.2 op terug.