Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/II.6.3.2.4
II.6.3.2.4 Tijdelijkheid intrekking aanwijzing voor bestraffend karakter?
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS382543:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
Zie onder meer Van de Griend 2003, p. 36, Michiels en De Waard 2007, p. 26, Van Buuren, Jurgens en Michiels 2011, p. 15, Blomberg 2004, p. 163, Albers 2009, p. 180 en Bröring 2005, p. 57.
ABRvS 30 maart 2001, AB 2001/189 m.nt. Damen en JB 2001/129 m.nt. Albers (slaande marktkoopman). Zie voorts ABRvS 22 mei 2002, AB 2003/177 m.nt. Jansen.
ABRvS 14 april 2004, JB 2004, 208 (IJsselmeervisserij). Zie over deze uitspraak voorts De Kam 2014, p. 489 e.v.
Vgl. Klap 2005a, p. 200, Dieperink 2003, p. 76. Vgl. CBb 22 maart 2002, AB 2002, 200 m.nt. Van der Veen en JB 2002, 153 m.nt. Albers.
CBb 22 maart 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BP9353.
Vgl. Albers 2014, p. 42-44.
Wanneer het de intrekking van een beschikking betreft, wordt veelal onderscheid gemaakt tussen tijdelijke intrekking en definitieve intrekking. Ingeval van een tijdelijke intrekking, hetgeen soms geschiedt bij duurbeschikkingen, kan de geadresseerde slechts gedurende een bepaalde periode geen gebruik maken van zijn beschikking. In de literatuur is verdedigd dat de tijdelijke intrekking van een beschikking veelal een indicatie is voor het bestraffende karakter van de intrekking.1 De gedachte lijkt te zijn dat met een tijdelijke intrekking de overtreder duidelijk moet worden gemaakt dat hij de fout in gegaan is. Dit, in tegenstelling tot een niet tijdelijke intrekking, waarbij in het geheel geen gebruik meer kan worden gemaakt van de beschikking, en dus betoogd zou kunnen worden dat herstel plaatsvindt. In de jurisprudentie zijn diverse voorbeelden te vinden waarin de bestuursrechter oordeelt dat de tijdelijke intrekking een bestraffende sanctie is. Een bekend voorbeeld biedt een uitspraak van een Afdeling uit 2001. Marktkoopman A had zijn buurman, marktkoopman C geslagen met een metalen stang van een kledingrek. Daardoor was de arm van C gebroken. De standplaatsvergunning van A werd als gevolg hiervan gedurende één week ingetrokken. De Afdeling oordeelde dat de intrekking een bestraffende sanctie was.2 Dit lijkt mij evident. A wordt op die manier duidelijk gemaakt dat dergelijk gedrag niet wordt getolereerd. Daarbij lijdt A ten gevolge van de intrekking concreet nadeel, nu hij gedurende een week zijn waren niet op de markt kan aanbieden.
Tijdelijkheid betekent echter niet steeds dat sprake is van een bestraffende intrekking. Er kan juist voor een tijdelijke intrekking worden gekozen wanneer herstel van de rechtmatige toestand is beoogd. Een voorbeeld biedt een uitspraak van de Afdeling uit 2004.3 Een vergunning voor de uitoefening van de IJsselmeervisserij werd ingetrokken voor de duur van twee weken, omdat de vergunninghouder had gevist terwijl er een visverbod van kracht was. Dit visverbod was ingesteld om een vangstbeperking te realiseren. De vergunning werd ingetrokken voor de duur van twee weken, met als doel ervoor te zorgen dat alsnog aan de vangstbeperking werd voldaan. Eventueel door de vergunninghouder genoten voordeel werd hiermee ook teniet gedaan. Op basis daarvan komt de Afdeling tot de conclusie dat de intrekking niet strekt tot het bevorderen van de naleving van de toepasselijke rechtsnormen door middel van de toevoeging van extra leed ter afschrikking. Er was dus geen sprake van een bestraffende sanctie. Een tijdelijke intrekking kan er dus, zo blijkt uit deze uitspraak, ook toe strekken de gevolgen van de overtreding ongedaan te maken. Van leedtoevoeging is in dat geval geen sprake. Voorts kan in geval van een tijdelijke intrekking de periode dat van de beschikking geen gebruik mag worden gemaakt, fungeren als periode waarbinnen de geadresseerde de gelegenheid krijgt herstelmaatregelen te nemen.4 Daarvan was sprake in een uitspraak van het CBb uit 2011, waarin een vergunning voor het vervoer van varkens tijdelijk werd geschorst, wegens overtreding van de Gezondsheids- en welzijnswet voor dieren en daarop gebaseerde regelgeving. De schorsing werd door het CBb gekwalificeerd als herstelsanctie, nu de vergunninghouder gedurende de schorsing verplicht was om orde op zaken te stellen, en zo overtredingen in de toekomst te voorkomen.5
De tijdelijkheid van de intrekking biedt dus niet steeds een aanwijzing dat sprake is van een bestraffende sanctie. Per geval zal daarom moeten worden beoordeeld wat de strekking van de intrekking is.6