Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/312:312 Verdeling en verhaal na inning
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/312
312 Verdeling en verhaal na inning
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 16-03-2026
- Datum
16-03-2026
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD51558:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De houder van een pandrecht op een vordering op naam kan zijn recht op de vordering veiligstellen door zijn pandrecht, zodra hij daartoe bevoegd is, mede te delen aan de debiteur van de vordering, zodat de debiteur, mits deze pandhouder de hoogst gerangschikte openbaar pandhouder is, nog slechts bevrijdend kan betalen aan deze pandhouder.1
Is de door het pandrecht verzekerde vordering opeisbaar2 en is in het faillissement van de pandgever geen afkoelingsperiode afgekondigd,3 dan wijkt de door de wetgever voorgeschreven gang van zaken na inning niet af van de gang van zaken na executie. De pandhouder die de vordering heeft geïnd en de overige tot de opbrengst gerechtigden, de pandgever of diens curator, andere pandhouders, beperkt gerechtigden wier recht door de executie is vervallen en beslagleggers, worden uit de opbrengst voldaan. Ook in dit geval komt er zonodig een rangregeling.4
De pandhouder kan echter bevoegd zijn de verpande vordering te innen voordat hij bevoegd is zijn door het pandrecht gesecureerde vordering op het geïnde te verhalen. Voor het geval de pandhouder een verpande vordering heeft geïnd maar nog niet bevoegd is om zich uit het geïnde te voldoen, bepaalt art. 3:246 lid 5 BW dat de pandrechten die rustten op de vordering op het geïnde komen te rusten.