Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/315:315 Chartaal geld: oneigenlijke vermenging
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/315
315 Chartaal geld: oneigenlijke vermenging
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 16-03-2026
- Datum
16-03-2026
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD51554:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie art. 3:109 en 3:119 lid 1 BW en HR 12 januari 1968, NJ 1968, 274 m.nt. HD (Teixeira de Mattos).
Zie over (de gevolgen van) oneigenlijke vermenging, met verdere verwijzingen, Verstijlen 2002.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een probleem bij de inning van chartaal geld is wel, dat dit eenvoudig vermengd kan worden met ander chartaal geld van de pandhouder. Na zo een oneigenlijke vermenging wordt de pandhouder vermoed eigenaar te zijn, resteert voor de pandgever nog slechts een vordering op de pandhouder,1 gaan de substitutiepandrechten van de innende pandhouder en de eventuele overige pandhouders teniet2 en lopen de eventuele overige tot de opbrengst gerechtigden het gevaar dat zij hun rechten niet meer geldend kunnen maken.3