Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/319:319 Herleving van substitutiepandrechten
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/319
319 Herleving van substitutiepandrechten
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 16-03-2026
- Datum
16-03-2026
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD51557:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zo ook Reehuis 1987, nr. 426, Janssen 1992a, p. 175 en Steneker 2005, p. 62. Steun hiervoor biedt de wetsgeschiedenis, waarin wordt gesteld dat de innende pandhouder die het geïnde niet ontvangt op een kwaliteitsrekening als bedoeld in het Slis-Stroom-arrest het geïnde alsnog naar een dergelijke rekening dient over te brengen: Parl. Gesch. Boek 3 (Inv. 3, 5 en 6), p. 1340.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vindt oneigenlijke vermenging van het geïnde chartale geld plaats of gaat het geïnde ‘over’ in een vordering van de innende pandhouder op een bank dan ontstaat een vordering van de pandgever op de innende pandhouder. De substitutiepandrechten van de eventuele andere pandhouders gaan teniet indien die oneigenlijke vermenging plaatsvindt of de vordering van de innende pandhouder op een bank niet langer individualiseerbaar is doordat zij is opgegaan in het saldo van diens bankrekening.
Op grond van een redelijke wetsuitleg dient te worden aangenomen dat de substitutiepandrechten herleven indien alsnog afscheiding (in de vorm van chartaal geld of in de vorm van een vordering op een bank) plaatsvindt.1 Analoog hieraan moet tevens worden aangenomen dat eventuele overige tot de opbrengst gerechtigden hun rechten op het opnieuw afgescheiden vermogen kunnen laten gelden.