Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/320:320 Voorrang na tenietgaan van substitutiepandrechten
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/320
320 Voorrang na tenietgaan van substitutiepandrechten
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 16-03-2026
- Datum
16-03-2026
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD51540:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zo ook Janssen 1992a, p. 176-177.
Janssen 1992a, p. 176-177.
Vgl. HR 17 februari 1995, NJ 1996, 471 m.nt. WMK (Mulder q.q./CLBN).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het is tevens verdedigbaar dat in zo een situatie aan de vorderingen op de pandgever van de pandhouders die geen substitutiepand hebben doordat het geïnde niet individualiseerbaar is, voorrang toekomt voor het bedrag waarop zij op het geïnde recht zouden hebben indien zij wel een substitutiepandrecht zouden hebben gehad,1 zij het dat zij die voorrang slechts zouden moeten hebben indien en zolang buiten twijfel is dat het geïnde deel is gaan uitmaken en nog deel uitmaakt van het vermogen van de pandgever, zodat door hun voorrangsrecht geen andere crediteuren van de pandgever worden benadeeld.
De stelling van Janssen dat een dergelijke voorrang substitutiepandrechten overbodig maakt,2 is onjuist. In geval van faillissement van een pandgever/debiteur kan een (substitutie)pandhouder als separatist aanspraak maken op de opbrengst van zijn pandrecht zonder bij te dragen aan de algemene faillissementskosten en zonder de afwikkeling van de boedel af te wachten. Op betaling van een vordering waaraan ‘slechts’ voorrang verbonden is, kan echter eerst aanspraak worden gemaakt nadat de algemene faillissementskosten zijn voldaan en curator tot uitdeling overgaat.3