Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/314:314 Vragen en problemen
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/314
314 Vragen en problemen
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 16-03-2026
- Datum
16-03-2026
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD51559:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De regeling van art. 3:246 lid 5 BW is om een aantal redenen problematisch. Allereerst roept de regeling reeds de nodige vragen en onzekerheden op doordat zij op geen enkele wijze is uitgewerkt.1 Daarnaast lijkt de wetgever bij het ontwerpen van de regeling voornamelijk te hebben gedacht aan de situatie waarin de inning chartaal geld oplevert.2 Bij chartaal geld is eenvoudig voorstelbaar dat dit niet tot het vermogen van de pandhouder gaat behoren indien het niet wordt vermengd met zijn overige chartale geld, zodat het deel uitmaakt van het vermogen van de pandgever, maar wordt gehouden door de pandhouder en dat er door substitutie één of meer pandrechten (van de innende pandhouder en de eventuele overige pandhouders) op komen te rusten.3