Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/5.8.4
5.8.4 Vrijstelling en ontheffing
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS370000:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor de procedure art. 61 Verordnung der Übernahmekommission über öffentliche Kaufangebote (Übernahmeverordnung (UEV)).
In acting in concert-verband is interessant de Empfehlung inzake Società Elettrica Sopracenerina SA van 11 november 2005, nr. 2.4.3, waar de UEK de desbetreffende aandeelhoudersovereenkomst aan een grondig onderzoek onderwierp om vast te kunnen stellen of de belangen van minderheidsaandeelhouders gewaarborgd zouden worden, zoals door art. 38 lid 2 sub c geëist wordt.
Art. 39 BEHV-FINMAG.
Afhankelijk van de geboden prijs, zal de UEK gebruik van haar algemene vrijstellingsbevoegdheid. Zie voor een voorbeeeld, waarbij het niet ging om een openbaar bod, maar een fusie, UEK-Verfügung 609/01 van 14 juli 2015 (SHL Telemedicine Ltd).
UEK-Verfügung 560/01 van 11 april 2014 (Mikron Holding AG).
Idem, nr. 1.2 sub [5].
UEK-Verfügung 544/01 van 13 augustus 2013 (Leclanche SA). Omdat de doelvennootschap later opnieuw in de problemen kwam moest de UEK nog een keer voor eenzelfde soort vrijstelling geadieerd worden, zie UEK-Verfügung 587/01 van 23 december 2014.
De UEK is bevoegd vrijstelling te verlenen van de biedplicht.1 De wet noemt zelf enkele gevallen die daarvoor in aanmerking komen, waaronder indirecte controleverwerving (art. 39 lid 2 sub c BEHV-FINMA)2. Daarnaast bevat het BEHV-FINMA twee vrijstellingen (art. 38) en een niet-limitatieve opsomming3 van gevallen waarin een vrijstelling mogelijk is (art. 39).4 Opvallend is dat anders dan in de Overnamerichtlijn (art. 5 lid 2) en de onderzochte lidstaten geen vrijstelling bestaaat voor drempeloverschrijding als gevolg van een vrijwillig bod.5
Niet geheel duidelijk is of een vrijstelling die aan een groep is verleend, zonder meer kan worden gebruikt door degene die een controlerend belang houdt na het uiteenvallen van die groep. Dat lijkt te kunnen worden afgeleid uit de Mikron-zaak6, waar overigens expliciet een vrijstelling was verleend voor de groep alsmede voor de grootste aandeelhouder binnen die groep; uit de redenering van de UEK lijkt te volgen dat dat zonder die omstandigheid anders had kunnen zijn.7 In de praktijk komt ook wel voor dat een vrijstelling wordt gevraagd voor de groep en alle leden van de groep, zowel tijdens het bestaan van de groep als daarna.8