Fusies en overnames in de Europese BTW
Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/4.3.6.2:4.3.6.2 Conclusie
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/4.3.6.2
4.3.6.2 Conclusie
Documentgegevens:
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS415786:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ik concludeer dat geen noodzaak bestaat om eerst de a priori belastbaarheid van handelingen vast te stellen alvorens toe te komen aan de vraag of de geruisloze overgang van toepassing moet worden geacht. Naar mijn indruk is het argument van Van Doesum, dat wordt gepresenteerd als een argument van dogmatische aard, veeleer een argument van systematische aard. Immers, het gaat uit van de praktische overweging dat het zinledig is te toetsen aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 19 Btw-richtlijn als niet-toepassing toch niet tot heffing zou hebben geleid. Hoewel dit element niet uit het oog mag worden verloren, meen ik te hebben aangetoond dat deze uitgaat van een te beperkte uitleg van de draagwijdte van de geruisloze overgang. Bovendien is de functie van de geruisloze overgang als reikwijdtebepaling weliswaar weinig fraai, maar niet zinledig. Daarbij is toepassing van de geruisloze overgang wel degelijk zinvol in het licht van de fiscale indeplaatstreding (zie ook paragraaf 4.5.1).