Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/2.5.2
2.5.2 Subjectieve kennis
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS596132:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
In het kader van de verjaring van een rechtsvordering tot schadevergoeding kan van de gelaedeerde wel een eenvoudig onderzoek worden geëist. Zie HR 3 december 2010, NJ 2012/196 (X/Bemoti c.s.), waarover in meer detail randnummers 347-348.
Art. 2:92a lid 7 BW, 2:359c lid 8 BW, 3:24 lid 1BW, 3:61 lid 3BW, 3:71 lid 2BW, 6:150 sub d BW, 6:238 lid 1 sub b BW en 7A:1790 BW.
Art. 3:52 lid 1 sub a BW, 3:195BW, 6:5 lid 2BW, 6:263 lid 1BW en 7:3 lid 3 sub a en c BW.
Art. 2:86a lid 2 BW, 2:196a lid 2 BW, 3:76 lid 2BW en 5:141 lid 2 BW.
Art. 6:198BW en 7:19 lid 1 BW; art. 47 Fw en 204 Fw.
Art. 6:178 sub f BW en 6:193g sub m BW; art. 31 Fw.
Art. 6:228 lid 1 sub c BW. Volgens Jansen introduceert lid 2 van art. 6:228 BW echter alsnog een onderzoeksplicht; zie Jansen 2012a, p. 176: “Bedacht zij evenwel dat, indien eenmaal vaststaat dat beide partijen van dezelfde onjuist veronderstelling zijn uitgegaan, de verkeersopvattingen van lid 2 alsnog de vraag opwerpen voor wiens rekening deze dwaling behoort te komen. […] In veel gevallen van wederzijdse dwaling zal immers […] kunnen worden geconcludeerd dat naar verkeersopvattingen één der partijen wegens schending van een onderzoeksplicht verantwoordelijk is voor (het voortbestaan van) de dwaling.”
HR 22 november 1974, NJ 1975/149.
Jansen 2006, p. 46-47.
Zie Smeehuijzen 2008, p. 227-228.
PG Boek 6, p. 812.
HR 31 oktober 2003, NJ 2006/112 (Saelman/VU), r.o. 3.5.
Jansen noemt dit fenomeen ‘kennisgerelateerde objectivering’; Jansen 2012a, p. 537.
38. Subjectieve kennis is de kennis die een persoon daadwerkelijk heeft. Wanneer een norm subjectieve kennis eist, heeft de betrokkene in beginsel geen onderzoeksplicht.1 Wetsartikelen gebruiken voor dit type kennis uiteenlopende termen, zoals kennen,2 ter kennis komen,3 kennis dragen/nemen/krijgen van,4 ontdekken,5 bekend zijn of worden met,6 weten/wetenschap,7 onkundig,8 bewust/desbewust,9 uitgaan van de veronderstelling,10 voorzien.11
Ook normen die in de jurisprudentie zijn ontwikkeld, vereisen soms subjectieve kennis. In het arrest over de struikelende broodbezorger12 oordeelde de Hoge Raad dat er pas een rechtsplicht bestaat om een waargenomen – maar niet zelf in het leven geroepen – gevaarssituatie op te heffen of anderen daarvoor te waarschuwen wanneer de ernst van het gevaar dat die situatie voor anderen meebrengt is doorgedrongen tot het bewustzijn van de waarnemer. Meer in het algemeen lijkt voor aansprakelijkheid bij zuiver nalaten subjectieve kennis vereist.13
39. Diverse nuanceringen zijn hier op hun plaats. Ten eerste is subjectieve kennis geen absoluut begrip: iemand kan op grond van de omstandigheden van het geval geacht worden subjectieve kennis van een bepaalde omstandigheid te hebben, ook al had hij die mogelijkerwijs echt niet (meer). Zo zal iemand zich er in de regel niet op mogen beroepen dat hij iets oorspronkelijk wel wist, maar weer was vergeten. Ook indien komt vast te staan dat een persoon een bepaalde mededeling heeft ontvangen, zal die persoon zich er doorgaans niet op kunnen beroepen dat hij van de inhoud van die mededeling geen kennis heeft genomen. Bij rechtspersonen krijgen dergelijke overwegingen een eigen draai: wanneer de functionaris met de relevante kennis uit dienst is getreden, is de rechtspersoon daarmee dan het relevante feit ‘vergeten’, en zo ja, komt hem daarop een beroep toe?
Een tweede nuancering betreft de mate van zekerheid die over het relevante feit moet bestaan. Het vereiste van subjectieve kennis impliceert niet per se dat de betrokkene volledige zekerheid moet hebben omtrent alle relevante feiten. Soms zal een voldoende sterk concreet vermoeden kunnen volstaan.14 Dit blijkt bijvoorbeeld uit de parlementaire geschiedenis inzake de ontvangst te kwader trouw van een onverschuldigde betaling (art. 6:205 BW). De Toelichting-Meijers vermeldt uitdrukkelijk dat de term ‘te kwader trouw’ in subjectieve zin is gebruikt, maar stelt één zin later dat de ontvanger in het algemeen reeds te kwader trouw zal zijn indien hij vermoedde dat het ontvangene hem niet verschuldigd was.15 Met betrekking tot de verjaring van een rechtsvordering tot schadevergoeding oordeelde de Hoge Raad in Saelman/VU dat de benadeelde voldoende zekerheid moet hebben dat de schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen, maar dat dat geen absolute zekerheid hoeft te zijn.16 In alle gevallen is sprake van subjectieve kennis, maar varieert de zekerheid van het object van de kennis.17 Voor de toerekening van kennis is het object van kennis niet erg relevant; toerekening richt zich op het subject van de kennis, dat wil zeggen: de persoon die de kennis draagt.