Uitbesteding in de financiële sector
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/5.5.1:5.5.1 Het belang van deskundigheid
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/5.5.1
5.5.1 Het belang van deskundigheid
Documentgegevens:
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS602200:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bovenberg, Maatman & Winter 2011, p. 386.
Commissie Frijns 2010, p. 46 en 47; DNB Beleggingsonderzoek 2010, p. 5.
Zie par. 2.3.3.
Zie bijv. art. 1.2, lid 2, Beleidsregel geschiktheid waar naast deskundigheid ter zake van (onder meer) beleggingen, ook deskundigheid ter zake van uitbesteding wordt geëist.
Dat geldt ook voor de AFM. Zie AFM & DNB Informatiebulletin Toetsingen 2012A (algemeen) en AFM & DNB Informatiebulletin Toetsingen 2012P (pensioenfondsen).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Veel organisaties verliezen na uitbesteding van werkzaamheden de noodzakelijke kennis over de operationele uitvoering van hun (uitbestede) werkzaamheden.1 Het verlies aan deskundigheid maakt het pensioenfonds afhankelijk van zijn dienstverlener.2 Om zijn dienstverlener te kunnen controleren en aansturen, moet het fonds immers begrijpen hoe de uitbestede werkzaamheden worden uitgevoerd. Het fonds verwordt daarmee effectief een brievenbusmaatschappij.3
Een fonds dat niet (langer) over de deskundigheid beschikt om zijn dienstverlener te controleren heeft een veelvoud aan problemen. Omdat het de werkzaamheden van zijn dienstverlener niet kan beoordelen, kan het ook niet beoordelen wanneer het tijd is om de dienstverlener op te zeggen. Niet alleen het terughalen van de uitbestede werkzaamheden is een verloren optie; het kan ook niet goed beoordelen waar een opvolgend dienstverlener aan moet voldoen.
Bovendien is het toezicht op de uitvoering van uitbestede werkzaamheden indirect: het fonds moet zijn oordeel over de uitvoering door de dienstverlener, baseren op rapportages die afkomstig zijn van diezelfde dienstverlener. Die rapportages kunnen, bijvoorbeeld in de toelichting, een eenzijdig of geflatteerd beeld geven. Om dan tussen de regels door te lezen en kritisch te kunnen doorvragen waar en wanneer nodig, is eerder een hoger dan een lager deskundigheidsniveau vereist.
Naast de deskundigheid ter zake van het (uitbestede) vermogensbeheer is bovendien deskundigheid nodig ter zake van uitbesteding.4 Zonder de nodige deskundigheid is een bestuur niet in staat om de uitbestedingsrelatie zo vorm te geven dat het “in control” is en blijft. Het is dan niet in staat om intern de organisatie adequaat op de uitbesteding voor te bereiden, een geschikte dienstverlener te selecteren, een overeenkomst uit te onderhandelen met voldoende instrumenten tot (bij)sturing of het overeengekomen instrumentarium in te zetten. DNB ziet in een uitbesteding dan ook aanleiding om de deskundigheid van beleidsbepalers te toetsen.5