Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/2.4.2
2.4.2 Interpretatie of toepassing van het recht
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS573512:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Inclusief de lagere belastingwetgeving, zoals een uitvoeringsbesluit of een ministeriële regeling en inclusief beleidsbesluiten (sinds HR 28 maart 1990, BNB 1990/194 kan de belastingrechter namelijk beleidsbesluiten als recht in de zin van destijds art. 99, thans art. 79 RO, uitleggen). Wat de beleidsbesluiten betreft ziet het pleitbare standpunt dan op de interpretatie of toepassing van een bepaling waar de inspecteur op grond van art. 4:84 Awb aan is gebonden.
Rb. Haarlem 23 november 2007, ECLI:NL:RBHAA:2007:BC6874, r.o. 4.6; Rb. Haarlem 14 augustus 2009, ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ7601, r.o. 4.9. Vergelijk Hof ’s-Hertogenbosch (strafkamer), aangehaald door A-G Vegter in de conclusie van 6 oktober 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2327, r.o. C5.
Sinds HR 12 april 1978, BNB 1978/135-137.
Bij een pleitbaar standpunt verweer stelt de belastingplichtige dat aan zijn onjuiste belastingaangifte, -aanslag of -betaling weliswaar een onjuist, maar verdedigbaar standpunt ten grondslag heeft gelegen. Zoals hiervoor uiteengezet moet dat standpunt zien op interpretatie of toepassing van het recht. Bij de boete- en strafbepalingen die verband houden met het doen van een onjuiste aangifte betreft dit het recht dat ten behoeve van het doen van de aangifte moet worden geïnterpreteerd en toegepast. Dat is meestal het materiële belastingrecht.1
De voorwaarde dat het standpunt moet zien op interpretatie of toepassing van het recht brengt naar mijn mening mee dat een pleitbaar standpunt over de toepassing van een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur niet goed denkbaar is.2 Daarbij gaat het immers niet om interpretatie of toepassing van het recht, maar om de feitelijke vaststelling dat de inspecteur bepaalde gedragingen heeft verricht of nagelaten, bijvoorbeeld vertrouwen heeft gewekt of gelijksoortige gevallen op een bepaalde wijze heeft behandeld, waaraan vervolgens bepaalde consequenties, zelfs met voorbijgaan aan de juiste interpretatie of toepassing van het recht, kunnen worden verbonden.3