Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/5.4.3
5.4.3 De interne-controlefunctie en andere governance-functies
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015,
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS594111:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Zie art. 17, lid 4, Bpr en art. 31, lid 6, Bgfo.
Zie Overweging 29, Solvency II waar de interne audit-/controlefunctie essentieel wordt genoemd voor een adequaat bestuur. Zie ook de toelichting op het Bpr, Stb. 2006, 519, p. 117. De interne-controlefunctie wordt daar een belangrijk hulpmiddel genoemd voor het up-to-date houden van de organisatie-inrichting en de procedures en maatregelen ter beheersing van risico’s. Ook wordt erop gewezen dat de interne-controlefunctie over vaktechnische deskundigheid en detailkennis van de structuur van de eigen organisatie beschikt en bovendien permanent beschikbaar is.
Zie art. 28 jo. art. 17, lid 4, Bpr voor DNB-vergunde instellingen en art. 38b, lid 1 jo. art. 31, lid 6, Bgfo voor beleggingsondernemingen.Voor verzekeraars gaat de regelgeving verder en worden naast een interne controlefunctie, ook een risicobeheerfunctie, compliancefunctie en actuariële functie voorgeschreven. De interne controlefunctie wordt in Solvency II overigens “interne auditfunctie” genoemd (art. 47, Solvency II).
Zie art. 28 Bpr voor DNB-vergunde instellingen en art. 38b, lid 1, Bgfo voor beleggingsondernemingen. Zie verder ook art. 38h voor betaal- en elektronischgeldinstellingen.
Evenzo art. 63, eerste gedachtestreepje, Rob.
Dat is dan wel een opmerkelijk standpunt. Uitbesteding binnen de groep vormt in geen enkel ander geval immers reden voor een gemitigeerd regime. Zie par. 2.5.3.2.
Toelichting op art. 28 Bpr, Stb. 2006, 519, p. 117. Aangenomen moet maar worden dat dit ook geldt voor de interne-controlefuncties van niet DNB-vergunde instellingen.Deze opvatting van de wetgever lijkt mij in overeenstemming met Solvency II. Overweging 31, Solvency II bepaalt dat (her)verzekeraars vrij zijn om te beslissen hoe zij de interne-controlefunctie (en andere governance-functies) wensen te organiseren, tenzij anders bepaald. Bij dat laatste moet bijv. aan eisen inzake onafhankelijkheid en deskundigheid worden gedacht (art. 42, lid 1 en art. 47, lid 2, Solvency II). Om te voorkomen dat de eisen disproportioneel belastend worden, mag de onderneming er ook voor kiezen om deze functie aan deskundigen uit te besteden.
Men kan zich zelfs afvragen of de eisen van een beheerste en integere bedrijfsvoering niet impliceren dat het pensioenfonds over een – al dan niet uitbestede – internecontrolefunctie moet beschikken.
Toelichting op art. 3 Bup.
Art. 13, lid 29, Solvency II.
Een interne-controlefunctie is een bedrijfsonderdeel dat tot taak heeft om een “onafhankelijke interne toetsing” te verrichten. Dat wil zeggen: om op onafhankelijke wijze de effectiviteit van de organisatie-inrichting en van de procedures en maatregelen te toetsen.1
Een interne-controlefunctie vervult dan ook een belangrijke, zo niet essentiële rol voor een ondernemingsbestuur om “in control” te blijven over de eigen (al dan niet uitbestede) werkzaamheden.2 Voor diverse financiële sectoren is daarom verplicht gesteld om, als onderdeel van een beheerste en integere bedrijfsvoering, over een interne controlefunctie te beschikken.3 Voor die sectoren is ook bepaald dat uitbesteding geen afbreuk mag doen aan de kwaliteit van de onafhankelijke interne toetsing.4
De wetgever meent dat de kwaliteit van de onafhankelijke interne toetsing kan worden belemmerd wanneer de interne-controlefunctie wordt uitbesteed. Uitbesteding van de interne-controlefunctie is daarom in beginsel verboden.5Intra-groepsuitbesteding van de interne-controlefunctie is echter wel toegestaan.6 Kennelijk meent de wetgever dat de groepsrelaties voor voldoende waarborg van de kwaliteit zorgen.7 Voor kleine financiële ondernemingen is de functiescheiding die voor een interne-controlefunctie nodig is, niet altijd haalbaar. Uitbesteding van de interne-controlefunctie is ook dan toegestaan.8
Ook pensioenfondsen dienen over een beheerste en integere bedrijfsvoering te beschikken.9 Een verplichting om ter uitvoering daarvan over een interne-controlefunctie te beschikken, is niet opgenomen. Een internecontrolefunctie is voor pensioenfondsbesturen echter van niet minder waarde dan voor besturen van andere financiële ondernemingen.10 De Bup bepaalde destijds dan ook dat indien een pensioenfonds over een interne-controlefunctie beschikt, deze niet mocht worden uitbesteed.11 Anders dan onder de Rob en thans de Wft, was zelfs uitbesteding van de interne-controlefunctie naar een groepsentiteit niet toegestaan. In het huidige Bupw wordt niet uitgewijd over uitbesteding van de interne-controlefunctie. Ik meen dat zoveel als mogelijk moet worden aangesloten bij de regeling onder de Wft. Uitbesteding van de interne-controlefunctie naar een niet-groepsmaatschappij is dan in beginsel niet toegestaan. Dit ligt anders voor kleine pensioenfondsen voor wie de voor een interne-controlefunctie noodzakelijke functiescheiding niet haalbaar is.
Onder Solvency II wordt niet alleen de interne-controlefunctie aangewezen als een “governance-functie”: een sleutelfunctie die essentieel is voor een adequate besturing van de onderneming. Ook de risicobeheerfunctie, compliancefunctie en actuariële functie worden tot deze governance-functies gerekend.12 Voor deze functies lijkt eenzelfde redenering als voor de interne-controlefunctie voor de hand te liggen. Uitbesteding van deze functies is ook dan in beginsel niet toegestaan, tenzij binnen de groep of wanneer het pensioenfonds zodanig klein in omvang is dat de opzet en instandhouding van deze functies een disproportionele belasting vormt.