Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/3.2.2
3.2.2 Diversificatie
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS601001:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Het klassieke voorbeeld is het voorbeeld van twee concurrerende ondernemingen. Het succes van de ene onderneming zal niet zelden ten koste gaan van dat van haar concurrent.
Van Setten 2009, nr. 4.16.
Maatman & Van der Graaf 2012, p. 12 spreken van “kosteloze risicoreductie”.
Maatman 2004a, p. 245.
Sharpe 1964.
Maatman 2004a, p. 244.
Natuurlijk kan de koers van een individuele onderneming of zelfs een hele sector zich in een andere richting bewegen dan de markt. Dit duidt op volatiliteit en dus op risico. Ze worden “firm risk” en “industry risk” genoemd en zijn voorbeelden van wat Sharpe “onsystematisch risico” noemde. Deze risico’s laten zich echter goed wegdiversifiëren. Maatman 2004a, p. 244 geeft een voorbeeld uit de olie-industrie. Waar de oliesector in 1973 hard getroffen werd door het olie-embargo, profiteerde onder meer de gaswinningssector. Waar Exxon in 1989 last had van het ongeluk met de Exxon Valdez, kon een individuele belegger dit risico terugdringen door niet alleen in aandelen Exxon, maar ook in aandelen van concurrerende oliebedrijven te beleggen. Hij voegt eraan toe dat in zijn algemeenheid het succes van de ene onderneming vaak ten koste van haar concurrenten gaat.
Maatman 2004a, p. 245 meldt dat het systematisch of marktrisico ca. 30% van het totale risico van een individuele belegging bedraagt. De Industry risk en firm risk die samen het diversifieerbare onsystematische risico vormen (zie Van Setten 2009, nr. 4.22 en 4.18, voetnoot 283) bedragen respectievelijk ca. 50% en ca. 20%. Het effect van diversificatie kan daardoor oplopen tot ca. 70%.
Belegger Alphons heeft een portefeuille van slechts twee aandelen: een aandeel in onderneming A en een aandeel in onderneming B. Op t=0 zijn beide aandelen 100 waard; de portefeuille is dus 200 waard. Op t=1 zijn er twee mogelijkheden. Mogelijkheid 1 houdt in dat aandeel A dan 110 waard is en aandeel B 95 waard is. In mogelijkheid 2 daarentegen is aandeel A 95 waard en aandeel B 110. In dit voorbeeld hebben beide aandelen hetzelfde risico (spreiding in verwachte rendementsuitkomsten). De portefeuille als geheel levert echter steeds hetzelfde rendement op: 205. Door deze diversificatie blijft risico in de portefeuille in dit voorbeeld volledig uit.
Dit voorbeeld is natuurlijk erg gestileerd, maar het toont duidelijk het effect van diversifiëren. Het is niet waarschijnlijk dat twee verschillende beleggingen steeds hetzelfde koersverloop laten zien.1 Een koersstijging bij de ene belegging kan gepaard gaan met een koersdaling bij een andere belegging. Het resultaat is dat het risico in de portefeuille kleiner is dan de optelsom van het risico van twee individuele beleggingen:2 een deel van het risico in een portefeuille wordt zodoende weggediversifieerd.3 Afhankelijk van de onderlinge correlaties tussen beleggingen, kan dit zelfs leiden tot de – ietwat contra-intuïtieve – uitkomst dat toevoeging van een zeer risicovolle (volatiele) belegging aan een verder risico-arme beleggingsportefeuille, het risico verder verkleint. Het effect van diversificatie kan oplopen tot een risicoreductie van wel 70%.4
De koersen van beleggingen hangen evenwel vaak samen met de beweging van “de markt”.5 Bij een stijgende markt gaan rendementen van beleggingen gewoonlijk omhoog, en andersom. De algehele beweging van de markt wordt wel “systematisch risico” (of marktrisico) genoemd6 en alle overige factoren “onsystematisch risico”. Omdat de koersen van individuele beleggingen vooral samenhangen met de beweging van de markt, kan elk “onsystematisch risico” worden weg-gediversifieerd.7 De consequentie daarvan is dat marktrisico het enige relevante risico is.8