Natrekking door onroerende zaken
Einde inhoudsopgave
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/4.2.6.2:4.2.6.2 Het opstalrecht
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/4.2.6.2
4.2.6.2 Het opstalrecht
Documentgegevens:
P.J. van der Plank, datum 01-05-2016
- Datum
01-05-2016
- Auteur
P.J. van der Plank
- JCDI
JCDI:ADS490429:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Bijzondere onderwerpen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
TM, PG Boek 5, p. 355.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een tweede reden om rechtszekerheid als motief voor het eenheidsbeginsel te laten prevaleren, is gelegen in het opstalrecht. Door middel van het vestigen van een opstalrecht (art. 5:101 BW) kan een uitzondering gemaakt worden op de regel dat een eigenaar van een zaak ook eigenaar is van haar bestanddelen. Deze uitzondering bestaat echter enkel voor de verzelfstandiging van bestanddelen van onroerende zaken. De vestigingshandeling voor de totstandkoming van een recht van opstal geschiedt door inschrijving van de vestigingsakte in de openbare registers. Hiermee is de kenbaarheid van het recht van opstal voor derden gewaarborgd. Zo stelt Meijers in zijn Toelichting bij art. 5:101 BW:
“Het is ongewenst dat bestanddelen van een onroerende zaak een afzonderlijke eigenaar zouden kunnen hebben zonder dat daarvan naar buiten blijkt. Daarom kan volgens het ontwerp […] een afzonderlijk eigendomsrecht van gebouwen, werken en beplantingen slechts ontstaan als een recht van opstal in de openbare registers is ingeschreven.”1
Ook hieruit blijkt het belang van rechtszekerheid: een uitzondering op het eenheidsbeginsel is enkel gerechtvaardigd, indien dit afzonderlijk eigendomsrecht kenbaar is voor derden.