Natrekking door onroerende zaken
Einde inhoudsopgave
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/4.2.6.1:4.2.6.1 Het waardemotief verklaart niet waarom een eenheidszaak ontstaat op grond van de verkeersopvatting
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/4.2.6.1
4.2.6.1 Het waardemotief verklaart niet waarom een eenheidszaak ontstaat op grond van de verkeersopvatting
Documentgegevens:
P.J. van der Plank, datum 01-05-2016
- Datum
01-05-2016
- Auteur
P.J. van der Plank
- JCDI
JCDI:ADS485509:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Bijzondere onderwerpen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 26 maart 1936, NJ 1936/757
Zie tevens: M. Reinsma, ‘De hypotheekhouder en de bestanddelen, bijzaken en hulpzaken’, WPNR 1976/5335, p. 77.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals gezegd is volgens Ploeger het waardemotief de meest vruchtbare verklaring voor het eenheidsbeginsel. Dit is mijns inziens lastig te rijmen met bijvoorbeeld de eerder besproken uitspraak van de Hoge Raad in het arrest Sleepboot Egbertha.1 ,2 De door Stork geleverde motor, die Van Gelderen plaatste in zijn sleepboot, zou immers gemakkelijk zonder beschadiging van betekenis afgescheiden kunnen worden van de sleepboot. Deze motor zou mijns inziens ook na afscheiding nog economisch bruikbaar zijn, wat niet af zou doen aan de waarde van de motor. Het waardemotief verzet zich naar mijn mening niet tegen afscheiding van de motor. Desondanks werd bestanddeelvorming (naar verkeersopvatting) aangenomen, nu de Hoge Raad oordeelde dat voor de vraag of een voorwerp een wezenlijk bestanddeel van een andere roerende zaak is geworden “voor alles beteekenis moet worden toegekend aan de opvattingen, welke in het maatschappelijke verkeer omtrent die soort van roerende zaken bestaan.” Een afwijkende wil van de betrokken partijen stond niet aan bestanddeelvorming in de weg.