Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/190:190 Het bestaan van een rechtsverhouding
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/190
190 Het bestaan van een rechtsverhouding
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD25152:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. onder meer HR 15 november 1957, NJ 1958, 67 m.nt. LEHR (Baris/Riezenkamp), HR 18 juni 1982, NJ 1983, 723 m.nt. CJHB (Plas/Valburg) en HR 12 augustus 2005, JOR 2006/31 m.nt. B. Wessels, NJ 2005, 467 (Centraal Bureau Bouwtoezicht/JPO Projecten). Vgl. ook Schoordijk 1986, p. 322.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de beantwoording van de vraag wat de betekenis is van het vereiste rechtstreeks voortvloeien uit een bestaande rechtsverhouding, is het van belang om allereerst te onderzoeken wanneer tussen partijen een rechtsverhouding bestaat. Tussen partijen bestaat in ieder geval een rechtsverhouding als zij een overeenkomst gesloten hebben, alsmede indien tussen hen uit de wet voortvloeiende verbintenissen bestaan. Ook in een eerder stadium kan tussen partijen reeds een rechtsverhouding bestaan. Bestaat tussen partijen een verhouding waaruit verbintenissen kunnen ontstaan, dan bestaat tussen hen een rechtsverhouding. Zo een rechtsverhouding bestaat tussen partijen bijvoorbeeld indien zij met elkaar in onderhandeling zijn over het sluiten van een overeenkomst, de precontractuele fase.1