Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht
Einde inhoudsopgave
Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht (O&R nr. 92) 2016/3.1:3.1 Inleiding
Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht (O&R nr. 92) 2016/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
V. Tweehuysen, datum 31-01-2016
- Datum
31-01-2016
- Auteur
V. Tweehuysen
- JCDI
JCDI:ADS459278:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In het Franse recht kan naast het vruchtgebruik ook het pandrecht op een algemeenheid rusten, omdat in het Franse recht de algemeenheid wordt gezien als onlichamelijk roerend goed.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
31. In dit hoofdstuk staat de algemeenheid van goederen centraal. De term algemeenheid van goederen is al meermalen ter sprake gekomen, maar ik heb nog niet in meer detail besproken wat deze term precies inhoudt en waar hij vandaan komt. Dat doe ik in paragraaf 3.2. In paragraaf 2.3.2 heb ik uiteengezet dat het Nederlandse recht de algemeenheid van goederen niet als rechtsobject erkent en het uniciteitsbeginsel hanteert. Desalniettemin kent het BW een bepaling over het vruchtgebruik op de algemeenheid (art. 3:222 BW). Het recht van vruchtgebruik is een beperkt recht waarvan goed denkbaar is dat het op een algemeenheid zou kunnen rusten, omdat het alle type goederen als object kan hebben.1 Maakt deze bepaling ook daadwerkelijk één recht van vruchtgebruik op de algemeenheid mogelijk en hoe is dit geval in het Duitse en Franse recht geregeld? Deze vraag beantwoord ik in paragraaf 3.3. In paragraaf 3.4 komt vervolgens de nalatenschap kort aan de orde. De wettelijke bepalingen over de hereditatis petitio en de verjaring wekken de indruk dat de nalatenschap als algemeenheid opgevorderd en in bezit genomen kan worden. Is dat daadwerkelijk het geval? De bijzondere gemeenschap is ook een algemeenheid van goederen die nadere aandacht verdient. De bijzondere gemeenschap zal echter niet in dit hoofdstuk behandeld worden, maar tezamen met andere gevallen waarin een gemeenschap bestaat in hoofdstuk 8. Ook de scheidslijn tussen algemeenheid, zaak en bestanddeel komt niet in dit hoofdstuk aan bod, maar in hoofdstuk 7 in paragraaf 7.2.2.