De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV
Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/7.5.4.4:7.5.4.4 Overige besluiten die de rechten op winst en/of de reserves aantasten
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/7.5.4.4
7.5.4.4 Overige besluiten die de rechten op winst en/of de reserves aantasten
Documentgegevens:
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS384102:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 27 januari 1956, NJ 1956, 48, (Unipart/RDM).
HR 11 januari 1963, NJ 1964, 433, m.nt. G.J. Scholten (RCMA). Zie ook Hof Amsterdam (OK) 3 maart 1999, JOR 1999, 87 (Gucci), r.o. 3.3 en Hof Amsterdam (OK) 11 maart 1999, NJ 1999, 351, JOR 1999, 89, m.nt. Brink (Breevast), r.o. 4.16.
Hof Amsterdam (OK) 30 maart 2011, LJN BQ1776, JOR 2011, 217 (Lenda/Muntal), r.o. 3.3.
r.o. 3.8.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Niet alleen een besluit over winstreservering of een besluit over de bezoldiging van een bestuurder of commissaris kan invloed hebben op de hoogte van de financiële aanspraken van de kapitaalverschaffer zonder stemrecht. Tal van andere besluiten van de algemene vergadering of het bestuur kunnen dat ook hebben. In het algemeen wordt de stemrechtloze aandeelhouder beschermd door het bepaalde in art. 2:216 lid 8 en art. 2:231 lid 4 BW. Ik verwijs naar paragraaf 6.2.3.7. Ik verwijs voorts naar het in paragraaf 6.2.3.6 gegeven overzicht van beschermingregels voor de stemrechtloze aandeelhouder in meer bijzondere situaties.
Voor de overige kapitaalverschaffers zonder stemrecht, de aandeelhouder wiens stemrecht is overgedragen aan de vruchtgebruiker of pandhouder en de certificaathouder met of zonder vergaderrecht, gelden de beschermingsregels van de stemrechtloze aandeelhouder niet. Zij zullen het in de regel moeten doen met de kapstokbescherming van art. 2:8 jo. 2:15 BW. Voor de houder van een participatiebewijs geldt nog de bescherming van art. 2:232 BW.
In de rechtspraak zijn voorbeelden te vinden van besluiten die de rechten op winst van kapitaalverschaffers zonder stemrecht aantasten. In het Unipart/RDM-arrest1 ging het om het beleid van het bestuur van zelffinanciering, waarbij een onderscheid tussen oneigenlijke en eigenlijke reserveringen werd gemaakt. Daardoor werd de winst verlaagd en de rechten van winstbewijshouders geraakt. De grens tussen oneigenlijke en eigenlijke reserveringen was echter niet altijd even scherp te trekken. De besluitvorming daarover werd overgelaten aan de directie. Uit het arrest volgt dat de directie daarbij de vennootschappelijke redelijkheid en billijkheid jegens de houders van oprichtersbewijzen in acht moet nemen. Het besluit van de directie kon wegens de financiële staat van RDM na de Tweede Wereldoorlog en het vennootschappelijke belang echter de toets der kritiek doorstaan.
In het RCMA-arrest2 ging het om een besluit van bestuurders en commissarissen van een NV tot uitgifte van bonusaandelen in het kader van herkapitalisatie. De statuten van de NV verzetten zich niet tegen een dergelijk besluit. Als gevolg daarvan werd in de verhouding waarin de aandeelhouders en houders van winstbewijzen in de winst en het liquidatiesaldo van de NV deelden ten nadele van de houders van winstbewijzen gewijzigd. De Hoge Raad overwoog dat dit niet uitsluit dat de NV, door het achterwege laten van maatregelen welke de invloed van het besluit op de positie van de houders van de winstbewijzen konden opheffen, tegenover die houders wanprestatie kan hebben gepleegd. Uit het enkele feit dat die invloed ongunstig was, vloeit niet zonder meer de verplichting tot het treffen van dergelijke maatregelen. De vraag of een uitvoering van de overeenkomst tussen de vennootschap en de houders van winstbewijzen naar redelijkheid en billijkheid meebrengt dat de daartoe bevoegde vennootschapsorganen maatregelen moeten treffen teneinde voor de houders van de winstbewijzen de vóór de herkapitalisatie bestaande toestand te herstellen, zal afhankelijk zijn van de in elk bijzonder geval bestaande omstandigheden, zoals de voor de verhouding tussen aandeelhouders en houders van winstbewijzen met betrekking tot hun aandelen in winst en liquidatiesaldo oorspronkelijk gekozen opzet, de ontwikkeling van die verhouding en de herkomst van de reserves, waardoor de bij de herkapitalisatie uitgegeven bonusaandelen zijn gedekt, aldus de Hoge Raad. Uit het arrest volgt dat de stelplicht en bewijslast van de genoemde omstandigheden op de houders van de winstbewijzen rust.
Een ander voorbeeld is de Lenda/Muntal-beschikking.3 Het ging daarbij om een beheersvergoeding die onzakelijk hoog en ten laste van de vennootschap Muntal BV werd uitgekeerd. Die vergoeding deed volgens de OK onvoldoende recht aan het vennootschappelijk belang en het belang van de minderheidscertificaathouder. Daarnaast was Muntal BV ernstig tekortgeschoten in haar informatieverplichtingen, was sprake van het risico van benadeling van de vennootschap en de minderheidscertificaathouder. De OK concludeerde tot wanbeleid. Bijzonder aan deze beschikking is de volgende overweging van de OK: “(…) De beheersvergoeding, zoals deze in de jaarrekeningen van de vennootschap tot uitdrukking is gekomen, heeft fiscaal en commercieel gevolgen gehad in de verhouding tot derden. Het belang van de vennootschap dat hierop niet – althans niet reeds nu – wordt teruggekomen, weegt zwaarder dan het belang van verzoeker om daarop betrekking hebbende besluiten te vernietigen. Het belang van verzoeker kan naar het oordeel van de OK wél meebrengen dat bij een eventuele – op zichzelf wenselijk voorkomende – overdracht van diens certificaten voor doeleinden van vaststelling van een redelijke overnameprijs met enige terugwerkende kracht (te denken is aan een periode van omstreeks vijf jaar) wordt uitgegaan van een zakelijk verantwoorde beheersvergoeding (met inachtneming van het effect van de vennootschapsbelasting). (…)”4
Uit het voorgaande volgt dat, voor zover er geen specifieke beschermingsregel geldt, de kapitaalverschaffers zonder stemrecht, die tot de kring van betrokkenen behoren, ingeval van besluiten van de algemene vergadering of het bestuur die hun rechten op winst en/of reserves aantasten, bescherming kunnen ontlenen aan de vennootschappelijke redelijkheid en billijkheid.