De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV
Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/6.2.3.4:6.2.3.4 Benoeming, schorsing, ontslag en de vaststelling van de bezoldiging van (een) commissaris(sen) door de vergadering van stemrechtloze aandeelhouders
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/6.2.3.4
6.2.3.4 Benoeming, schorsing, ontslag en de vaststelling van de bezoldiging van (een) commissaris(sen) door de vergadering van stemrechtloze aandeelhouders
Documentgegevens:
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS388942:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2006/07, 31 058, nr. 3, p. 95 en 97 (MvT).
Kamerstukken II 2006/07, 31 058, nr. 3, p. 96 (MvT).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De regelingen over benoeming (art. 2:252 BW), schorsing, ontslag (art. 2:254 BW) en de vaststelling van de bezoldiging van (een) commissaris(sen) (art. 2:255 BW) door de vergadering van stemrechtloze aandeelhouders volgt in grote lijnen de regelingen daarover ten aanzien van (een) bestuurder(s).1 Ik verwijs naar paragraaf 6.2.3.3. In deze paragraaf sta ik stil bij de verschillen tussen deze regelingen.
Indien de vergadering van stemrechtloze aandeelhouders bij statuten het recht is toegekend een commissaris te benoemen, houdt dat niet in dat afstand wordt genomen van de positie van de commissarissen als onafhankelijke toezichthouders. Commissarissen moeten zich bij de vervulling van hun taak richten naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Commissarissen moeten zich daarnaast gedragen naar hetgeen door de redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. De omstandigheid dat een commissaris door een of meer houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding is benoemd, betekent derhalve niet dat hij zich (uitsluitend) mag laten leiden door de belangen van die aandeelhouders. 2
Anders dan bij de benoeming van bestuurders, is het bij de benoeming van commissarissen op grond van art. 2:253 BW mogelijk dat de statuten erin voorzien dat de benoeming van een derde van het aantal commissarissen door anderen dan de algemene vergadering of de vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding geschiedt, mits iedere aandeelhouder met stemrecht kan deelnemen aan de besluitvorming over de benoeming van ten minste één commissaris.
Een ander verschil is dat, anders dan in art. 2:245 BW over de bezoldiging van bestuurders is bepaald, over de bezoldiging van de commissarissen niet kan worden bepaald dat een ander orgaan dan de algemene vergadering die bezoldiging vaststelt (art. 2:255 BW).