Het pre-insolventieakkoord
Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/8.9.3.1:8.9.3.1 Toereikende informatieverstrekking / disclosure
Het pre-insolventieakkoord 2016/8.9.3.1
8.9.3.1 Toereikende informatieverstrekking / disclosure
Documentgegevens:
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De eerste inhoudelijke weigeringsgrond waar ik kritische kanttekeningen bij plaats, betreft de toets of de schuldenaar voldoende financieel-inhoudelijke informatie aan de crediteuren heeft verstrekt (tenzij de schuldenaar misleidende informatie heeft verstrekt en het akkoord op oneerlijke wijze tot stand is gekomen). Uiteraard moet de schuldenaar aan de crediteuren voldoende informatie verstrekken. Het is echter de vraag of een leidende rol voor de rechter is weggelegd om dit te toetsen. Is het niet primair aan de crediteuren zelf om de verstrekte informatie te beoordelen en te bepalen of zij voldoende geïnformeerd zijn? Indien de crediteuren de verstrekte informatie ontoereikend achten, kunnen zij dat gedurende het proces zelf tijdig aan de onderneming kenbaar maken en om nadere informatie verzoeken en indien toereikende informatie desondanks achterwege blijft, tegenstemmen.
Het is met name in dit vraag-en-antwoordspel dat er een toetsingsrol voor de rechter is weggelegd. Betrokken crediteuren moeten voldoende gelegenheid krijgen om ontvangen informatie te bestuderen, daarover vragen te stellen en nadere informatie op te vragen. De aanbieder van het akkoord dient op redelijke vragen en informatieverzoeken adequaat te reageren (aan de verstrekking van informatie zou de schuldenaar de voorwaarde van geheimhouding moet kunnen verbinden). Het is met name dit dat de rechter zou moeten toetsen. Rechterlijke toetsing van de informatievoorziening heeft dan vooral een procedureel karakter.
Het inhoudelijk beoordelen van de juistheid en volledigheid van de te verstrekken informatie is geen sinecure (liquidatie-analyse, historische resultaten en vermogenspositie van de onderneming, commerciële aannames die aan prognoses ten grondslag liggen, visie op marktontwikkelingen, etc.). Het is de vraag of een uitgebreid en gedetailleerd debat in rechte over de inhoud van de verstrekte informatie en de daaraan ten grondslag liggende aannames het inzicht zodanig zal bevorderen dat dit opweegt tegen de daarmee gemoeide kosten en vertraging. Buiten de extreme gevallen zal de rechter over de accuraatheid van de verstrekte informatie en gehanteerde aannames geen zinvol antwoord kunnen gegeven, of niet zonder een onevenredige inspanning terwijl de meerwaarde van de uitkomst van het onderzoek beperkt is. Nu de crediteuren toch bij het proces betrokken zijn, zou ook de beoordeling van de verstrekte informatie primair aan de crediteuren (en hun financiële adviseurs) zelf moeten worden overgelaten. Indien alle klassen met het akkoord hebben ingestemd, kan de rechter er in beginsel vanuit gaan dat de crediteuren zich (bij meerderheid) voldoende voorgelicht achten en dat de verstrekte informatie toereikend is. De rechter zou de homologatie van het akkoord dan slechts moeten weigeren indien blijkt dat de besluitvorming tot stand is gekomen op basis van manifeste gebreken in de informatieverstrekking of sprake is geweest van misleiding of bedrog.