Misleidende beursberichten
Einde inhoudsopgave
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/0.4:0.4 Onderzoeksmethode
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/0.4
0.4 Onderzoeksmethode
Documentgegevens:
mr. drs. A.C.W. Pijls, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. drs. A.C.W. Pijls
- JCDI
JCDI:ADS657615:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het onderzoek vindt plaats aan de hand van het bestuderen van juridische, financieel-economische en econometrische literatuur en het bestuderen van rechtspraak. Een rechtsvergelijkende opzet is hierbij van groot belang, waarbij deze rechtsvergelijking primair dient als inspiratiebron voor oplossingen voor causaliteits- en schadevraagstukken naar Nederlands recht. Het stelsel dat zich in het kader van dit onderzoek bij uitstek voor rechtsvergelijking leent, is het Amerikaanse federale effectenrecht en wel om de volgende vier redenen (die overigens met elkaar samenhangen).
Het leerstuk van aansprakelijkheid voor misleidende beursberichtgeving heeft in de Verenigde Staten al ruim zeventig jaar rechtsontwikkeling doorgemaakt en daarbij is in de rechtspraak en literatuur veel aandacht uitgegaan zowel naar de materieelrechtelijke als procesrechtelijke (waaronder ik mede schaar de bewijsrechtelijke) aspecten van het causaal verband en de schade. Dat in de Verenigde Staten het leerstuk zich al zo ver heeft (door)ontwikkeld, hangt uiteraard grotendeels samen met het feit dat het daar al sinds jaar en dag mogelijk is schadevergoeding te vorderen voor een collectief van benadeelden door middel van een zogenoemde ‘class action’.
In de Amerikaanse rechtspraak is de fraud-on-the-market-theorie ontwikkeld waarmee het bewijs van reliance (het causaal verband tussen de misleidende informatie en de beleggingsbeslissing van de belegger) op indirecte wijze kan worden aangetoond. Het is vanwege deze fraud-on-the-market-theorie dat de civielrechtelijke handhaving van (de schending van) effectenrechtelijke informatieverplichtingen kan plaatsvinden via securities fraud class actions.
In de Amerikaanse literatuur en rechtspraak is veel meer aandacht voor de betekenis van financieel-economische en econometrische inzichten en concepten bij het vaststellen van het causaal verband en de (omvang van de) koersschade.
In de Verenigde Staten worden door benadeelde beleggers veel meer procedures ingesteld, waardoor veel meer rechtspraak beschikbaar is. Het grotere aantal procedures is enerzijds terug te voeren op het feit dat de Verenigde Staten een veel grotere kapitaalmarkt heeft, waardoor – vanwege de wet van de grote aantallen – misleiding van het beleggende publiek veel vaker komt en anderzijds op het feit dat securities fraud class actions daar al heel lang wettelijk worden gefaciliteerd.
Bij de in § 2 geformuleerde onderzoeksvragen spelen ook allerlei financieel-economische en econometrische vraagstukken. De fraud on the market-theorie is mede gebaseerd op de zogenoemde ‘Efficiënte Markthypothese’. Het is de vraag of deze hypothese heden ten dage nog onverkort opgaat en wat precies de betekenis ervan is voor het Nederlandse recht. Het bestuderen van de financieel-economische en econometrische literatuur vormt daarom een belangrijk onderdeel van deze studie.1 De financieel-economische en econometrische concepten die in deze hoofdstukken worden besproken en geanalyseerd en de financieel-economische en econometrische inzichten die hierin worden ontwikkeld, leveren belangrijke bouwstenen op voor de juridische oplossingen die worden gekozen in Deel IV en Deel V van het boek.2