Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.16.2.3.1
IV.16.2.3.1 Algemeen
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS381342:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
In deel IV wordt aangesloten bij de Duitse terminologie en dus worden de begrippen onrechtmatig en rechtmatig gebruikt.
Dit is een meer procedurele vraag, welke wordt onderscheiden van de materieelrechtelijke vraag of een beschikking kan of moet worden ingetrokken. Vgl. Ortlep 2011, p. 15 en 420. Hij spreekt van een tweetrapsraket, namelijk de beslissing tot heroverweging en de beslissing tot het al dan niet aantasten van een beschikking. Zie over § 51 VwVfG meer uitgebreid Maurer 2011, p. 329 e.v.
Zie over beide bepalingen Marseille 2006.
De regeling inzake de intrekking van beschikkingen is opgenomen in het derde deel van het VwVfG getiteld Verwaltungsakten, meer specifiek in het tweede hoofdstuk van dat deel. Dit hoofdstuk heeft blijkens de titel betrekking op de Bestandskraft van beschikkingen. Op het begrip Bestandskraft wordt in paragraaf 16.3.2 verder ingegaan. Na enkele bepalingen met betrekking tot de werking en de nietigheid van beschikkingen en procedure- en vormfouten, komen de bepalingen inzake de intrekking van beschikkingen. De kern van de intrekkingsregeling wordt gevormd door de §§ 48 en 49 VwVfG. In § 48 VwVfG staat de Rücknahme van beschikkingen centraal. Men spreekt van Rücknahme indien een onrechtmatige beschikking wordt ingetrokken.1 § 49 VwVfG regelt daarnaast de Widerruf, de intrekking op andere gronden dan de onrechtmatigheid van de beschikking. Beide bepalingen bevatten enerzijds intrekkingsgronden en geven anderzijds de modaliteiten voor intrekking, zoals intrekking ex tunc of ex nunc en een eventuele verplichting tot schadevergoeding. § 50 VwVfG reguleert de intrekking in een bijzondere situatie. Het betreft de situatie waarin een door een derde aangevochten begunstigende beschikking tijdens een bestuurlijke voorprocedure of een procedure bij de bestuursrechter wordt ingetrokken, waardoor tegemoet wordt gekomen aan de bezwaren van de derde. § 51 VwVfG bevat voorts een regeling ter zake van de vraag in welke gevallen het bestuursorgaan een onherroepelijk geworden beschikking moet heroverwegen. Dit is onder meer het geval wanneer sprake is van gewijzigde feiten of nieuwe bewijsmiddelen.2 Deze bepaling vertoont gelijkenis met de regeling van de herhaalde aanvraag van art. 4:6 Awb.3 Tot slot is nog een tweetal bepalingen opgenomen met betrekking tot terugvordering van op grond van een beschikking reeds gedane betalingen (§ 49a VwVfG) en de verplichting tot teruggave van documenten of zaken, welke horen bij een inmiddels ingetrokken beschikking, zoals het afschrift van een beschikking (§ 52 VwVfG).