Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/5.10.4
5.10.4 Uitvoering van de transacties
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS598758:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Lastgeving is een overeenkomst waarbij de lastnemer zich verbindt om voor rekening van de lastgever een of meer rechtshandelingen te verrichten. Boek 7, Titel 7, Afdeling 2 van het BW is hierop van toepassing. De lastgeving is een bijzondere vorm van overeenkomst van opdracht, zodat ook de BW-bepalingen inzake de overeenkomst van opdracht van toepassing zijn. Deze bepalingen zijn meestal van regelend recht, zodat er van mag worden afgeweken.
Art. 4:90-4:90c Wft.
Art. 4:90d Wft.
’t Hart 2015.
Art. 83a, lid 1, Bgfo jo. art. 12, lid 2, sub a, AIFMD, en art. 166 Bgfo.
Het portefeuillebeheer brengt mee dat de vermogensbeheerder transacties moet verrichten. Deze transacties verricht hij voor rekening en risico van het pensioenfonds. Er is sprake van lastgeving.1 De transacties worden gewoonlijk niet in eigen naam verricht, maar in naam van de lastgever, het pensioenfonds.
De wijze waarop de transacties worden uitgevoerd is van groot belang voor het pensioenfonds. Een niet-optimale wijze van uitvoeren van transacties kan het pensioenfonds op verschillende wijzen geld kosten. De prijs van financiële instrumenten kan per handelsplatform enigszins verschillen. Ook de kosten van het gebruik van het handelsplatform is niet overal gelijk. Wordt de order niet, gedeeltelijk of te laat uitgevoerd, dan moeten de financiële instrumenten alsnog en mogelijk tegen een hogere prijs worden aangekocht. Een pensioenfonds moet zich er daarom van vergewissen dat zijn vermogensbeheerder op zorgvuldige wijze uitvoering geeft aan de benodigde transacties.
Het pensioenfonds wordt hierin gesteund doordat op vermogensbeheerders reeds een verplichting tot optimale orderuitvoering (“bestexecution”) rust. Bij de uitvoering van een order moet hij alle redelijke maatregelen nemen om het best mogelijke resultaat voor zijn opdrachtgever te behalen. Daarbij moet hij rekening houden met de prijs van de financiële instrumenten, de uitvoeringskosten, de snelheid, de waarschijnlijkheid van uitvoering en afwikkeling, de omvang, de aard en alle andere voor de uitvoering van de order relevante aspecten. De vermogensbeheerder moet beleid opstellen dat hem in staat stelt om aan deze verplichting te voldoen.2 In de vermogensbeheerovereenkomst wordt gewoonlijk dit beleid overgenomen. Door ondertekening van de overeenkomst gaat het pensioenfonds akkoord met dit beleid.
Ook bij de orderuitvoering schuilt het gevaar van tegenstrijdige belangen. Naast de orders van het pensioenfonds, zijn er orders van andere cliënten van de vermogensbeheerder en van de vermogensbeheerder zelf. Deze gezamenlijke orders kunnen niet altijd direct en geheel worden uitgevoerd. Het is niet de bedoeling dat de vermogensbeheerder dan voorrang geeft aan zijn eigen orders of aan de orders van cliënten bij wie hij een bijzonder belang heeft. Vermogensbeheerders zijn daarom verplicht over een orderuitvoeringsbeleid te beschikken. Dit orderuitvoeringsbeleid moet een onmiddellijke, billijke en vlotte uitvoering van orders met betrekking tot financiële instrumenten van cliënten garanderen ten opzichte van orders van andere cliënten of de handelsposities van de vermogensbeheerder zelf. Is een onmiddellijke uitvoering niet mogelijk, dan dient de vermogensbeheerder vergelijkbare orders van cliënten op volgorde van het tijdstip van ontvangst uit te voeren.3 Ook het orderuitvoeringsbeleid wordt gewoonlijk in de vermogensbeheerovereenkomst overgenomen en door ondertekening door het pensioenfonds geaccepteerd.
De kostenstructuren kunnen een bron van tegenstrijdig belang zijn bij het verrichten van transacties. Vermogensbeheerders beheren vaak niet alleen individuele vermogens, maar ook beleggingsinstellingen. Een vermogensbeheerder heeft dan een prikkel om door hemzelf beheerde beleggingsinstellingen te selecteren als de optimale belegging voor vermogen dat bij hem in beheer is gegeven. Hij verdient dan tweemaal: eenmaal een vergoeding als vermogensbeheerder en eenmaal als beheerder van een beleggingsinstellingen.4 Voor het pensioenfonds is moeilijk te controleren of de selectie op zuivere gronden is gebeurd.
Om die reden mogen vermogensbeheerders intern beheerde beleggingsinstellingen enkel voor hun cliënt selecteren, als dat met toestemming van die cliënt gebeurt.5 Een pensioenfonds kan dit tegenstrijdige belang dus eenvoudig voorkomen door hiervoor geen toestemming te verlenen