Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.6.4.4.2:II.6.4.4.2 Korting voor contante betaling en kredietbeperkingstoeslag
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.6.4.4.2
II.6.4.4.2 Korting voor contante betaling en kredietbeperkingstoeslag
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS497787:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Besluit van 5 november 2001, nr. CPP2001/2161, V-N 2001/62.1.4. Twijfelend daaromtrent: D.B. Bijl, aantekening bij: HvJ 27 oktober 1993, zaak C-281/91, FED 1994/35 (concl. A-G Jacobs; Muys & De Winter; m.aant. D.B. Bijl); O.L. Mobach, in: Cursus Belastingrecht OB.2.2.1.C.c. (online, laatst bijgewerkt op 20 maart 2016).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de handel komt het voor dat leveranciers korting geven bij een vlotte betaling (korting contante betaling) of een toeslag bedingen bij een betaling tegen het einde van de betaaltermijn (kredietbeperkingstoeslag). Naar mijn mening ligt in artikel 8, lid 5, Wet OB 1968 juncto artikel 2 Uitvoeringsbesluit OB 1968, alsook in artikel 79, aanhef en onderdeel a, Btw-richtlijn, besloten dat dergelijke kortingen en toeslagen niet de vergoeding voor verlening van krediet zijn. In deze bepalingen is geregeld dat de korting voor contante betaling niet tot de vergoeding voor prestaties behoort. Een rechtvaardiging daarvoor is dat een korting voor contante betaling veeleer een ontmoediging is om betaaltermijnen maximaal te gebruiken dan dat het een vergoeding voor de verlening van krediet is. Hoewel de kredietbeperkingstoeslag niet in artikel 8, lid 5,Wet OB 1968 is genoemd, geldt daarvoor naar mijn mening hetzelfde. Dat geeft de naam alleen al aan. De in Nederland gangbare opvatting dat kredietbeperkingstoeslagen en dergelijke niet de vergoeding vormen voor een afzonderlijk in aanmerking te nemen verlening van krediet, onderschrijf ik dan ook.1