Het schuldige geheugen?
Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/IV.8.3:IV.8.3 Neurogeheugendetectie getoetst
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/IV.8.3
IV.8.3 Neurogeheugendetectie getoetst
Documentgegevens:
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS458011:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de vorige paragraaf van de conclusie zijn de twee bevindingen gepresenteerd: (1) dat (ten minste in Nederland) de wetgever, de opsporingspraktijk en de wetenschap weinig aandacht besteedt aan de instrumentele zijde van opsporingsmethoden (en eigenlijk is dat des te merkwaardiger omdat instrumentaliteit de huidige strafrechtelijke tijdsgeest domineert) en; (2) dat de in dit onderzoek behandelde mensenrechten eenzelfde structuur hebben, zij verbieden ongeoorloofde dwang mede om autonoom beslissen mogelijk te maken en te bevorderen. Naast deze bevindingen zijn maatstaven en ijkpunten op een rij gezet waaraan (nieuwe) opsporingsmethoden kunnen (of beter: zouden moeten) worden beoordeeld op hun instrumentele merites en mensenrechtelijke aspecten. Als (nieuwe) opsporingsmethoden aan deze maatstaven en ijkpunten worden getoetst, wordt de instrumentele zijde van opsporingsmethoden een volwaardig onderwerp dat bijdraagt aan het verbeteren van het beslisproces om tot de inzet van een bepaalde methode te komen. De rechtsbeschermende toetsing is zowel in de wetgeving en parlementaire stukken als in de praktijk al veel steviger verankerd, maar door de inhoudelijke onduidelijkheid van bepaalde concepten aan een vereenvoudigde structuur en duidelijkere operationalisatie toe. Dat alles wordt bereikt door de ijkpunten toe te passen die in de laatste alinea van de vorige paragraaf zijn opgesomd. Deze ijkpunten uit het algemene toetsingskader voor opsporingsmethoden worden hieronder toegepast op neurogeheugendetectie, dat zodoende als testcase voor het toetsingskader dient. Uiteindelijk leidt deze synthese tot een afweging of en eventueel op welke wijze neurogeheugendetectie in het Nederlandse strafprocesrecht kan worden geïntroduceerd.
IV.8.3.1 InstrumentaliteitIV.8.3.2 RechtsbeschermingIV.8.3.3 Conclusie