Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/II.7.1.3
II.7.1.3 Betekenis van het formele rechtszekerheidsbeginsel
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS375268:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld nogmaals ABRvS 29 februari 2012, AB 2012/138 m.nt. Nijmeijer en JB 2012/91, waarin de intrekking van een omgevingsvergunning om te bouwen met terugwerkende kracht ertoe leidde dat een handhavingstraject kon worden gestart jegens de geadresseerde, teneinde te bewerkstelligen dat een hoofdgebouw, veldschuur, mestbak en rijbak zouden worden verwijderd.
Dat zou slechts anders kunnen zijn wanneer de intrekkingsregeling op dit punt duidelijk zou zijn. Dat blijkt echter veelal niet het geval. Intrekkingsregelingen geven zelden antwoord op de vraag of intrekking ex nunc dan wel ex tunc kan plaatsvinden. De intrekkingsregeling in de subsidietitel van de Awb vormt hierop een uitzondering. Op grond van bijvoorbeeld art. 4:48 lid 2 Awb geldt bijvoorbeeld dat intrekking op grond van die bepaling terugwerkt tot het moment waarop de subsidie is verleend, tenzij in de intrekkingsbeslissing anders is bepaald.
Schlössels en Zijlstra 2010, p. 443, Van Wijk/ Konijnenbelt en Van Male 2014, p. 305, Damen e.a. 2013, p. 58.
ABRvS 24 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR5674.
R.o. 2.3.
Dit geldt mijns inziens temeer nu de eenmalige dwangsom reeds was verbeurd en om die reden slechts een intrekking ex tunc effect zou sorteren. Vgl. art. 5:38 lid 1 Awb en ABRvS 5 december 2012, AB 2013/82 m.nt. Sanders. De dwangsombeschikking is immers een aflopende beschikking. Zie over het onderscheid tussen aflopende en duurbeschikkingen meer uitgebreid paragraaf 5.2.
Zoals uit het voorgaande is gebleken, kunnen de consequenties van een intrekkingsbesluit aanzienlijk zijn. Dit is met name het geval wanneer het een intrekking ex tunc betreft.1 Het is dan ook van groot belang dat in de intrekkingsbeslissing voldoende duidelijk wordt vermeld wat de precieze (rechts-) gevolgen van de intrekking zullen zijn. Meer specifiek zou mijns inziens uit het intrekkingsbesluit moeten blijken of de intrekking al dan niet terugwerkende kracht heeft en zo ja, tot welk moment deze intrekking terugwerkt.2 Het formele rechtszekerheidsbeginsel vereist kort gezegd immers dat de burger moet weten waar hij rechtens aan toe is.3
Het belang van duidelijkheid omtrent de exacte rechtsgevolgen van een intrekkingsbesluit voor de geadresseerde kan worden geïllustreerd aan de hand van een uitspraak van de Afdeling uit 2011 inzake de intrekking van (onder meer) een preventieve last onder dwangsom.4 Bij besluit was een preventieve last onder dwangsom (eenmalig ten bedrage van € 15.000,-) ingetrokken. De dwangsom was verbeurd. Het college was van oordeel dat de intrekking geen terugwerkende kracht had.5 De Afdeling was het hiermee eens:
‘Bij besluit van 25 juni 2010 […] heeft het college de bouwstop opgeheven en de bij besluit van 17 december 2008 opgelegde last onder dwangsom ingetrokken, omdat de bouwvergunningen om de panden op het perceel te kunnen renoveren inmiddels zijn verleend. Het besluit van 25 juni 2010 is derhalve niet genomen omdat, achteraf bezien, de bij het besluit van 17 december 2008 opgelegde bouwstop en last onder dwangsom ten onrechte zijn opgelegd, maar omdat door de verlening van de bouwvergunningen er vanaf dat moment geen aanleiding meer bestond de bouw verder tegen te gaan. Bij het besluit van 25 juni 2010 is niet uitdrukkelijk bepaald dat de intrekking terugwerkende heeft. Wel is daarin vermeld dat een gesprek zou plaatsvinden over de verbeurde dwangsommen. Hieruit volgt dat niet is beoogd om aan de intrekking van de last onder dwangsom terugwerkende kracht toe te kennen en daarmee de juridische basis aan het op 18 december 2009 verbeurd zijn van de dwangsom ter grootte van een bedrag van € 15.000,00 te ontnemen.’
Uit de mededeling ‘Er volgt nog een gesprek over de verbeurde dwangsommen’ kan mijns inziens onvoldoende worden afgeleid dat sprake is van een intrekking ex nunc. Het college had aangegeven dat uitdrukkelijk was beoogd het dwangsombesluit in te trekken met terugwerkende kracht. Dan mag op zijn minst worden verwacht dat een en ander ook duidelijk blijkt uit het intrekkingsbesluit.6