Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/2.5.5.3
2.5.5.3 Solvency II, MiFID en CEBS-richtlijnen
mr. drs. P. Laaper, datum 31-08-2015
- Datum
31-08-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS600998:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 13, lid 1, Uitvoeringsrichtlijn MiFID. De letterlijke tekst luidt: “Voor de toepassing van artikel 13, lid 5, eerste alinea, van Richtlijn 2004/39/EG wordt een operationele taak als kritiek of belangrijk aangemerkt indien een gebrekkige of tekortschietende uitvoering ervan wezenlijke nadelige gevolgen zou hebben voor de voortdurende inachtneming door een beleggingsonderneming van de vergunningsvoorwaarden en -verplichtingen of andere verplichtingen waaraan zij uit hoofde van Richtlijn 2004/39/EG onderworpen is, dan wel voor haar financiële resultaten of de soliditeit of continuïteit van haar beleggingsdiensten en –activiteiten”.
Guideline 1, sub f, CEBS-richtlijnen 2006. De letterlijke tekst luidt: “(i) activities of such importance that anyweakness or failure in the provision of these activities could have a significant effect on the authorised entity’s ability to meet its regulatory responsibilities and/or to continue in business; (ii) any other activities requiring a license from the supervisory authority; (iii) any activities having a significant impact on its risk management; and (iv) the management of risks related to these activities”.
In de Uitvoeringsrichtlijn MiFID worden “wezenlijke werkzaamheden” omschreven als taken die bij een gebrekkige of tekortschietende uitvoering ervan, wezenlijke nadelige gevolgen zouden hebben voor de uitbesteder voor de naleving van zijn verplichtingen, voor zijn financiële resultaten of de soliditeit of continuïteit van zijn bedrijfsvoering.1 In Solvency II worden de “wezenlijke werkzaamheden” omschreven in termen van de gevolgen waartoe ze niet mogen leiden. Die gevolgen zijn: (a) wezenlijke afbreuk aan de kwaliteit van het governancesysteem, (b) onnodige toename van het operationele risico, (c) afbreuk aan het vermogen van de toezichthouder om te controleren of de onderneming haar verplichtingen nakomt, en (d) ondermijning van de continuïteit of toereikendheid van de dienstverlening aan de cliënten. In de CEBS-richtlijnen zijn ze opgesomd als (i) werkzaamheden van zulk belang dat enig tekortschieten in de uitvoering ervan een significant effect kan hebben op het vermogen van de gereguleerde onderneming om aan haar wettelijke verplichtingen te voldoen of op de continuïteit vanhaar bedrijfsvoering; (ii) werkzaamheden waarvoor een vergunning vereist is; (iii) werkzaamheden die een significante invloed hebben op het risicobeheer; of (iv) het risicobeheer zelf.2