Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/3.4.6
3.4.6 Gevolgen stap-voor-stap-rechtspraak
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS412083:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld J.Th. Sanders, commentaar bij HvJ EU 1 maart 2012, nr. C-280/10, NTFR 2012/704 (Kopalnia) en Redactie Vakstudie-Nieuws, aantekening bij HvJ EU 1 maart 2012, nr. C-280/10, V-N 2012/17.17 (Kopalnia).
T. Koopmans, ‘Stare Decisis in European Law’, in: D. O’Keeffe en H.G. Schermers (red.), Essays in European law and integration, Deventer: Kluwer 1982, blz. 27 verwijst in dit verband naar Justice Frankfurters dissenting opinion in Trop v. Dulles, 356 U.S. 86 (1958): “If a court’s awesome power is not used with a minimum of consistency, its importance will rapidly diminish.” Zie ook Roman Herzog en Lüder Gerken, EUObserver.com van 10 september 2008, Stop the European Court of Justice, http://euobserver.com/7/26714 (geraadpleegd op 24 december 2014), waar wordt opgemerkt: “(…) the ECJ deliberately and systematically ignores fundamental principles of the Western interpretation of law, (…) its decisions are based on sloppy argumentation, (…) it ignores the will of the legislator, or even turns it into its opposite, and invents legal principles serving as grounds for later judgements. (…)”
Zie in andere zin Ch.P.A. Geppaart, Fiscale rechtsvinding in het kader van de Europese Unie, Deventer: Kluwer 1996, blz. 16 en M.E. van Hilten, ‘Naar een Europese belastingkamer’, NTFR 2011/736.
Het Unierecht bestaat uit bouwwerken van rechtspraak die het bereik van de normen in het Unierecht bepalen. Dit vloeit voort uit de prudente stap-voorstap-methode van het Hof van Justitie. Het Rompelman-voorbeeld bewijst goede diensten, aangezien het daarin aangetroffen ratio decidendi helder is. Dat maakt dat vrij eenvoudig begrip is op te brengen voor de formele btw-technische potjes die het Hof van Justitie breekt voor de instandhouding van dat principe.1 Gesteld zou kunnen worden dat een helder en zwaarwegend principe zulke inbreuken kan dragen. Niet in alle gevallen ligt echter een zo duidelijk geformuleerd principe ten grondslag aan een reeks van precedenten. Wanneer de invulling van het principe diffuus of onbepaald is, ontstaat een vergelijking met louter variabelen. Ik wijs hierbij bij wijze van voorbeeld naar hoofdstuk 6, waarin ik inga op de jurisprudentie van het Hof van Justitie met betrekking tot het verlengstukcriterium. Daar blijkt de ratio decidendi onduidelijk, evenals de situaties waarin het toepasbaar is. Wanneer op die wijze recht wordt gesproken, kan de rechtspraak van het Hof van Justitie aan interne legitimatie verliezen.2
Waar het Hof van Justitie de kunst van het onderscheiden veronachtzaamt, zullen justitiabelen hun verwachtingen hierop afstemmen. Dit kan ertoe leiden dat die principes zich dusdanig veralgemeniseren dat de toepassing ervan in botsing komt met andere normen in het btw-recht. In Kopalnia botst het Rompelman-principe met de btw-norm dat geen recht op aftrek bestaat voor btw die drukt op kosten die worden gebruikt voor btw-vrijgestelde handelingen. Dit is de paradox waar ik op doelde in paragraaf 3.4.1. Het arrest Kopalnia is tegelijkertijd volstrekt redelijk in het licht van het Rompelman-principe én volstrekt onbegrijpelijk in het licht van de formele regels rond aftrek van voorbelasting. Wat volgt is het Malburg-arrest waarvoor geldt dat het onbegrijpelijk is in het licht van het Rompelman-principe, maar volstrekt redelijk in het licht van de formele regels rond de aftrek van voorbelasting. Zolang de belastingplichtige in redelijkheid de juridische implicaties van een uitspraak van het Hof van Justitie kan voorzien, levert dit naar mijn idee geen problemen op.3 Deze toets – de toets van de mateirële rechtszekerheid die reeds in hoofdstuk 2 aan de orde kwam – zal steeds moeten worden aangelegd in de beoordeling van de rechtspraak van het Hof van Justitie.