Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.10.7:II.4.10.7 Mogelijkheden tot planning via de kapitaalsfeer
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.10.7
II.4.10.7 Mogelijkheden tot planning via de kapitaalsfeer
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS499129:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Tegen dit resultaat is, afhankelijk van de precieze omstandigheden, nog wel één en ander in te brengen. Zo heeft Rechtbank ’s-Gravenhage een vergelijkbare opzet doorkruist met een fiscale kwalificatie van de feiten: Rechtbank ’s-Gravenhage 22 augustus 2013, NTFR 2014/683 (m.aant. P.F. Zijlstra). Daarnaast kan sprake zijn van een symbolische vergoeding of fraus legis.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Via de kapitaalsfeer is vanwege het ontbreken van een ‘at-arm’s-lengthbeginsel’ onzakelijk handelen tussen aandeelhouder en vennootschap mogelijk. Dat biedt mogelijkheden voor belastingplanning. Dit kan aan de hand van twee voorbeelden worden geïllustreerd. Het eerste voorbeeld betreft het fenomeen dat ook wel – enigszins misleidend – het uitdividenden van een auto wordt genoemd:
Figuur 12 – ‘Uitdividenden’ auto
A is directeur en enig aandeelhouder van X BV, die uitsluitend belast presteert. A rijdt in een auto van de zaak van X BV en wil die in privé overnemen. A en X BV komen een prijs overeen die gelijk is aan de rest-bpm vermeerderd met € 100. Deze prijs is behoorlijk lager dan de werkelijke waarde van de auto. X BV zou de auto daarom nooit voor deze prijs aan een derde hebben verkocht. Niettemin is het uitgangspunt dat X BV slechts over € 100 omzetbelasting hoeft te voldoen op grond van artikel 8, lid 5, onderdeel d, Wet OB 1968 en artikel 4, lid 2, Uitvoeringsbesluit OB 1968 (de vergoeding wordt verminderd met de rest-bpm). Haar bij oorspronkelijke aanschaf genoten aftrek van voorbelasting blijft in stand.1
Het tweede voorbeeld betreft het verkopen van kostbare activa in een vennootschap:
Figuur 13 – Activa verkopen in een BV
In dit voorbeeld levert een producent van MRI-scanners, MRI Fabriek BV, een MRI-scanner tegen een relatief lage prijs aan dochtervennootschap MRI BV. Over die prijs is omzetbelasting verschuldigd. Vervolgens verkoopt MRI Fabriek BV de aandelen in MRI BV voor een zakelijke prijs aan Stichting Ziekenhuis. Als deze overdracht van aandelen al een economisch karakter heeft, dan is zij op grond van artikel 11, lid 1, onderdeel i, ten tweede, Wet OB 1968 vrijgesteld. Stichting Ziekenhuis vormt vervolgens op grond van artikel 7, lid 4, Wet OB 1968 een fiscale eenheid met MRI BV, die de MRI-scanner binnen fiscale eenheid aan haar gaat verhuren. Vanwege het gebruik binnen de fiscale eenheid bestaat weliswaar geen (volledig) recht op aftrek van de door MRI Fabriek BV in rekening gebrachte omzetbelasting. Echter, het bedrag van die niet-aftrekbare omzetbelasting is geringer dan wanneer MRI Fabriek BV de MRI-scanner rechtstreeks aan Stichting Ziekenhuis had geleverd. Dit is mogelijk doordat MRI Fabriek BV een lage vergoeding voor de MRI-scanner kan goedmaken in de kapitaalsfeer bij de verkoop van de aandelen MRI BV.