Het pre-insolventieakkoord
Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/8.2.2:8.2.2 Flexibiliteit en niet meer rechtsgevolgen en publiciteit dan nodig
Het pre-insolventieakkoord 2016/8.2.2
8.2.2 Flexibiliteit en niet meer rechtsgevolgen en publiciteit dan nodig
Documentgegevens:
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook R.P.W. Frima, De homologatie van het onderhands akkoord, TVVS 1992, nr. 92/8, p.191-196.
Zie in dit verband voorts S. Madaus, Rescuing Companies Involved in Insolvency Proceedings with Rescue Plans, NACIIL Reports 2012, p. 18: “To prevent the stigma of insolvency, the special proceeding should be called “rescue proceeding” or “confirmation proceeding”. Tussen deze twee opties zou mijn voorkeur uitgaan naar “confirmation proceeding” dat een neutraler karakter heeft. Het woord “rescue” maakt duidelijk dat een noodzaak bestaat iets te redden.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een nieuw te ontwerpen procedure zou maximale flexibiliteit moeten bieden, niet alleen wat betreft de inhoud van het akkoord maar ook wat betreft de procedure van totstandkoming daarvan.
Bij operationeel nog goed lopende ondernemingen die hoofdzakelijk kampen met een financieringsprobleem veroorzaakt de negatieve publiciteit van surseance of faillissement onnodige schade. Het is dan ook van belang dat het akkoord ook buiten het kader van een formele insolventieprocedure kan worden aangeboden.
Om negatieve publiciteit tot een minimum te beperken, zouden partijen niet meer publiciteit aan de procedure moeten hoeven geven dan nodig. Partijen tot wie het akkoord zich niet richt, moeten met rust kunnen worden gelaten. De procedure moet geen rechtsgevolgen in het leven roepen die voor het te bereiken resultaat niet nodig zijn. Ieder rechtsgevolg dat de procedure voor derden in het leven roept, vereist publiciteit en zekere waarborgen die de procedure zwaarder, duurder en trager maken. Waar slechts een lichte ingreep nodig is, zou het akkoord daarop moeten kunnen worden afgestemd en dienovereenkomstig licht moeten kunnen worden ingericht (“light touch”).
Onnodige negatieve publiciteit zou te voorkomen zijn door te bepalen dat behandelingen in rechte niet openbaar zijn maar slechts toegankelijk voor diegenen die een direct belang bij het onderwerp van de behandeling hebben. Daarnaast zou aan een rechterlijke beslissing in het kader van de procedure geen ruimere bekendheid hoeven te worden gegeven dan aan degenen wier belangen de beslissing raakt. Of en in hoeverre een afwijking van het beginsel van openbaarheid van rechtspraak toelaatbaar is en verenigbaar met de daaraan ten grondslag liggende grondrechten, laat ik hier verder rusten en bestempel ik tot onderwerp van nader onderzoek.
Onnodige negatieve publiciteit is ook te voorkomen door de wijze van communicatie over en presentatie van de procedure. In dit verband is het van belang de procedure een naam te geven die geen onnodig negatieve connotaties oproept.1 Een zo neutraal mogelijke term, zoals bijvoorbeeld “akkoordprocedure” of “homologatieprocedure” verdient de voorkeur boven een benaming die onmiddellijke associaties met insolventie oproept.2