Het schuldige geheugen?
Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/IV.8.2.1.1.a:IJkpunt 0: Vaststellen doel
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/IV.8.2.1.1.a
IJkpunt 0: Vaststellen doel
Documentgegevens:
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS459230:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld: http://www.nu.nl/binnenland/4095954/dode-volkspark-enschede-geidentificeerd.html, laatst geraadpleegd op 6 januari 2017.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om uiteindelijk te kunnen analyseren of het beoogde doel dat de methode ook daadwerkelijk wordt bereikt, is het voor de inzet van de opsporingsmethode noodzakelijk dat duidelijk is wat het precieze doel is. In het algemeen zal een opsporingsmethode worden ingezet zodat de resultaten daarvan bijdragen aan de waarheidsvinding. Daarbinnen zijn echter nog vele opties mogelijk. De methode kan bewijs opleveren voor de betrokkenheid bij een strafbaar feit. Ook kan een opsporingsmethode worden ingezet om startinformatie te verkrijgen zodat met deze informatie het vervolg van het opsporingsonderzoek kan worden gestuurd naar een specifieke verdachte uit een poule van personen, of dat de informatie achterliggende structuren en organisaties bloot legt. Daaraan voorafgaand kan informatie worden verzameld om een poule van mogelijke verdachte op te stellen, bijvoorbeeld als bekend is dat de verdachte een bepaald type en merk auto bezit en gebruikt. Wanneer het vergaren van bewijs nog niet mogelijk is en het ook nog niet mogelijk is een poule van verdachten samen te stellen, kan het natrekken van de wandelgangen van het slachtoffer richting geven aan het verdere opsporingsonderzoek.1 Als de verdachte bekend is en voldoende bewijs tegen hem is verzameld maar van de verdachte elk spoor ontbreekt, kunnen opsporingsmethoden worden ingezet om de verdachte te traceren. Al deze doelen dragen bij aan de waarheidsvinding. Een voorbeeld. Een telefoontap kan worden geplaatst zodat gesprekken worden opgevangen over het voorbereiden van of het gepleegde strafbare feit (doel bewijsgaring). Met triangulatie kan echter ook een positiebepaling plaatsvinden van de persoon die de telefoon voorhanden heeft (doel traceren). Als informatie aanwezig is dat personen binnen een bepaalde groep delicten plegen maar niet precies duidelijk is welke personen betrokken zijn, kan een telefoontap worden gebruikt om de organisatorische structuren bloot te leggen en informatie te verkrijgen over de precieze betrokkenheid (doel sturing/bewijsgaring). Het tappen van de telefoon van een slachtoffer kan informatie opleveren over motieven en bij bepaalde delicten (zoals afpersing, bedreiging) leiden tot de verdachte (doel wandelgangen/ bewijsgaring). Omdat zelfs bij een en dezelfde methode het subdoel van de waarheidsvinding steeds verschillend kan zijn, is het voor de beoordeling van de effectiviteit van de methode essentieel dat voorafgaand aan de inzet duidelijk is welk doel precies wordt nagestreefd. Als het doel namelijk niet duidelijk is, kan nooit worden beoordeeld of het doel is bereikt.
Dat het doel bekend moet zijn voor de beoordeling van de effectiviteit bepaalt echter in geen enkele mate de effectiviteit, het is een noodzakelijk om voorafgaande het doel te bepalen maar het is een onvoldoende voorwaarde voor de berekening van de effectiviteit. De effectiviteit hangt af van de volgende drie variabelen: (1) validiteit van de methode; (2) betrouwbaarheid van de resultaten (waarbij deze samen worden behandeld om validiteit betrouwbaarheid veronderstelt) en; (3) de expertise van de deskundige/opsporingsambtenaar.