Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/2.5.2
2.5.2 Geen overeenkomst van opdracht vereist
mr. drs. P. Laaper, datum 31-08-2015
- Datum
31-08-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS599893:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Aldus ook Moerel & Van Reeken 2009, p. 241. Hoens meent daarentegen wel dat een overeenkomst van opdracht vereist is (Hoens 2009, p. 17 en voetnoot 8).
Joint Forum-richtlijnen 2005, p. 4; CEBS-richtlijnen 2006, guideline 1, sub a.
IOSCO-richtlijnen 2005, p. 1.
Art. 17 Richtlijn betaaldienstverleners.
Art. 2, lid 6, Uitvoeringsrichtlijn MiFID en art. 13, lid 28, Solvency II.
Par. 2.5.3.3.
Dat kan anders liggen bij bijvoorbeeld een beleggingsinstelling die rechtstreeks belegt in vastgoed.
Men moet daarbij in het oog houden dat bewaarders en custodians niet worden ingeschakeld op grond van een bewaarnemingsovereenkomst in de zin van art. 7:600 e.v.BW. Essentieel bij bewaarneming is dat dezelfde zaken worden teruggegeven. Van bewaarders en custodians wordt gewoonlijk verwacht dat zij zaken van dezelfde soort teruggeven (Parl. Gesch. Boek 7, p. 392; Rutgers 1998, p. 10-12 met verdere verwijzingen).
De overeenkomst van bewaarneming is geen bijzondere vorm van de overeenkomst van opdracht. Zie de definitie van de overeenkomst van opdracht waar de overeenkomst van bewaarneming expliciet is uitgezonderd (art. 7:400, lid 1, BW). Zie Asser/Tjong Tjin Tai 2014, nr. 35 voor kritiek op deze keuze van de wetgever.
Dit is geen hypothetisch voorbeeld, maar ontleend aan de bevindingen van DNB in zijn Quinto-onderzoeken: Quinto-P (inzake pensioenfondsen) en Quinto-V (inzake verzekeraars).
De Nederlandse definitie van uitbesteding bevat de term “verlenen van een opdracht”. Dat betekent niet dat een overeenkomst van opdracht vereist is om de inschakeling van een derde als uitbesteding te kwalificeren.1 Opdrachten worden bijvoorbeeld ook verleend bij aanneming van werk en bij bewaarneming.
Dat de kwalificatie van de overeenkomst niet relevant is, b(lijkt duidelijker uit de internationale en Europese richtlijnen. Daar wordt gesproken van “use” van een derde partij,2 “contracts” met een dienstverlener,3 “gebruik van een derde partij”4 en van “een overeenkomst van om het even welke vorm”.5 Dat is ook begrijpelijk. Het gaat niet om de kwalificatie van de relatie met de dienstverlener, maar om de beheersing van de risico’s die de inschakeling van die dienstverlener meebrengen.
In de Nederlandse praktijk zal het bij uitbesteding niettemin meestal wel om een overeenkomst van opdracht gaan. Overeenkomsten die geen overeenkomst van opdracht zijn, vallen vaak om andere redenen af. Een uitzendovereenkomst levert geen “derde” op;6 een overeenkomst van aanneming van werk betreft werkzaamheden die voor de meeste financiële ondernemingen niet “eigen” zijn;7 een bewaarnemingsovereenkomst zal slechts zelden “wezenlijke” werkzaamheden betreffen.8
Het kost moeite om een situatie te bedenken waarbij sprake kan zijn van uitbesteding zonder dat er een overeenkomst van opdracht is. Men kan denken aan de inschakeling door een pensioenfonds of een verzekeraar van een archiveringsbedrijf voor het bewaren van de papieren administratie.9 Gebeurt de bewaring niet goed en geraken brondocumenten onleesbaar of onvindbaar, dan wordt de berekening van aanspraken van cliënten lastig of onmogelijk.10